Tuchtklacht tegen Deloitte-RA strandt: ‘Dit was een rapport van een partijdeskundige’

Geen sprake van een accountantsrapport met een goedkeurend oordeel.

De Accountantskamer heeft een tuchtklacht van voormalig Ennia-topman Reinald Curiel tegen een RA van Deloitte op alle onderdelen ongegrond verklaard. Volgens de tuchtrechters was geen sprake van een accountantsrapport met een goedkeurend oordeel, maar van een rapport van een partijdeskundige dat was opgesteld voor gebruik in een gerechtelijke procedure.

De klacht vloeit voort uit een langlopend conflict tussen Curiel en verzekeraar Ennia, die sinds 2018 onder beheer staat van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS). Tussen partijen ontstond een geschil over de financiële afrekening na het vertrek van Curiel als bestuurder. Daarbij ging het onder meer om managementvergoedingen, huisvestingskosten en vliegtickets. In het kader van die procedure schakelde CBCS een RA van Deloitte in om de standpunten van beide partijen over de eindafrekening naast elkaar te zetten.

Geen hoor en wederhoor

Curiel stelde dat de accountant een ondeugdelijk rapport had opgesteld dat grote invloed had op de uitkomst van de rechtszaak. Ook was geen hoor en wederhoor toegepast en had de accountant moeten voorkomen dat het document in de procedure zou worden gebruikt  .

De Accountantskamer volgt die redenering niet. Allereerst verwerpt zij het verwijt dat sprake zou zijn van een accountantsrapport met een goedkeurend oordeel. Uit de opdrachtbevestiging blijkt volgens de tuchtrechters dat de werkzaamheden beperkt waren tot het vergelijken van berekeningen, het analyseren van verschillen tussen de standpunten van partijen en het controleren van rekenkundige aspecten. Daarbij was expliciet vastgelegd dat geen beoordeling of controle van financiële informatie zou plaatsvinden.

Opgesteld ter ondersteuning

Ook het verwijt dat de accountant had moeten voorkomen dat het rapport in de gerechtelijke procedure zou worden, houdt geen stand. Het tuchtcollege kwalificeert het document als een rapport van een partijdeskundige, opgesteld ter ondersteuning van de standpunten van Ennia in de procedure.

Een accountant moet wel ingrijpen wanneer hij of zij wordt gewezen op fouten of gebreken die tot misbruik of verkeerde interpretatie kunnen leiden, maar daarvan was in dit geval geen sprake. Uit de correspondentie blijkt volgens de tuchtrechters niet dat de accountant op concrete fouten of ondeugdelijkheden is gewezen. Bovendien hebben de klagers volgens de Accountantskamer onvoldoende duidelijk gemaakt welke fouten het rapport precies zou bevatten.

Tuchtrechtelijk verwijt

Ook het ontbreken van hoor en wederhoor levert geen tuchtrechtelijk verwijt op. De accountant had zich hierover laten adviseren door het Professional Practice Department van Deloitte en geconcludeerd dat hoor en wederhoor niet noodzakelijk was. De Accountantskamer onderschrijft dat oordeel. Van een persoonsgericht onderzoek was geen sprake, omdat het handelen van Curiel niet centraal stond.

Daarmee waren de regels voor dergelijke onderzoeken niet van toepassing. Daarnaast geldt volgens de tuchtrechters niet dat hoor en wederhoor bij dit type rapportages altijd verplicht is. Omdat de klagers onvoldoende hebben onderbouwd waarom dat in dit specifieke geval wel noodzakelijk zou zijn geweest, is ook dit klachtonderdeel ongegrond verklaard.

Gerelateerde artikelen