Fouten bij de controle van beleggingsfondsen? Geen sprake van
De Accountantskamer heeft een tuchtklacht van tientallen beleggers tegen een controlerend accountant en partner van KPMG volledig ongegrond verklaard. Volgens het tuchtcollege hebben de klagers niet aannemelijk gemaakt dat de accountant tekort is geschoten bij de controle van de jaarrekeningen van twee beleggingsfondsen.
Ook oordeelt het tuchtcollege dat de accountant adequaat heeft gehandeld toen hij eind 2019 bekend werd met de intrekking van de vergunning van de fondsbeheerder door de toezichthouder.
Miloenen euro’s verloren
De zaak was aangespannen door beleggers die miljoenen euro’s verloren met investeringen in DVR en DVD, twee beleggingsfondsen van beheerder De Veste. Zij verweten de accountant dat hij bij de controles van de jaarrekeningen over 2017 en 2018 onvoldoende kritisch was geweest, terwijl de AFM de fondsbeheerder al geruime tijd onder de loep had. Volgens de beleggers had hij die signalen moeten vertalen naar een andere controleaanpak of expliciete waarschuwingen in zijn controleverklaringen.
Tijdens de zitting in maart voerden de klagers aan dat de accountant dieper onderzoek had moeten doen naar onder meer governanceproblemen bij De Veste en transacties waarover de AFM vragen stelde . Ook vonden zij dat hij kritischer had moeten kijken naar de waarde van de zekerheden onder de beleggingen. Volgens de beleggers had een scherpere opstelling hen eerder kunnen waarschuwen voor de risico’s die uiteindelijk tot grote verliezen leidden.
Onderzoek naar fondsbeheerder
De accountant bestreed dat verwijt. Volgens hem richtte het AFM-onderzoek zich op de fondsbeheerder en niet op de financiële positie van de fondsen zelf. Bovendien zou hij destijds niet op de hoogte zijn geweest van alle ontwikkelingen bij de toezichthouder. Toen eind 2019 duidelijk werd dat de vergunning van de fondsbeheerder werd ingetrokken, nam hij volgens eigen zeggen wel aanvullende maatregelen en nam hij in zijn controleverklaring over 2019 een paragraaf inzake de continuïteit van de fondsenbeheerder.
De tuchtrechters volgen die redenering. Het college stelt vast dat de accountant bij aanvang van de controleopdracht over 2017 niet bekend was met gebreken in de beheerste en integere bedrijfsvoering van de fondsbeheerder. Verder hebben de klagers volgens de uitspraak niet aannemelijk gemaakt dat de gecontroleerde jaarrekeningen geen getrouw beeld gaven van de financiële situatie van de beleggingsinstelling of dat eventuele tekortkomingen aan de accountant zijn toe te rekenen.
Opnemen van een paragraaf
Van belang acht de Accountantskamer ook dat de accountant, zodra hij bekend werd met de intrekking van de vergunning van de fondsbeheerder, daarop heeft gereageerd door in de controleverklaring over 2019 een paragraaf ter benadrukking van de continuïteit op te nemen. Daarmee heeft hij volgens het college gehandeld zoals van een controlerend accountant mocht worden verwacht.
De uitspraak sluit aan bij een eerdere civiele procedure waarin eveneens werd geoordeeld dat KPMG niet aansprakelijk was voor de verliezen van de beleggers. Ook toen kwam de rechter tot de conclusie dat de accountant zijn controleplicht niet had geschonden en dat de verantwoordelijkheid voor het beleggingsbeleid en de informatievoorziening primair bij de fondsbeheerder lag.