Ook in hoger beroep bij blijft de doorhaling voor drie maanden overeind

De tuchtklacht van de AFM tegen de accountant was op zijn plaats.

Waakhond AFM (Autoriteit Financiële Markten) is in hoger beroep over een tuchtzaak tegen een externe accountant opnieuw in het gelijk gesteld. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) stelt vast dat het oordeel van de Accountantskamer op alle onderdelen overeind blijft. Ze is van oordeel dat de aard en ernst van de verwijten zodanig zijn, dat een tijdelijke doorhaling van drie maanden passend en geboden is.

De zaak draait om een tuchtklacht die de AFM zes jaar geleden had ingediend tegen een externe accountant van een accountantsorganisatie met een reguliere vergunning.

Twee controleverklaringen
De desbetreffende accountant had twee controleverklaringen afgegeven waarop niet vertrouwd kon worden, waarop de AFM een klacnt had indiende bij de Accuntantskamer. Deze klacht werd eerder al grotendeels gegrond verklaard door de Accountantskamer.

Dat oordeel is overeind gebleven. Het hoger beroep dat de accountant vervolgens instelde bij het College van Beroep is nu geheel ongegrond verklaard.

Niet genoeg werk verzet
In deze kwestie heeft de accountant niet genoeg werkzaamheden uitgevoerd om voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen bij twee wettelijke controles. Ook heeft de accountant de wettelijke controles niet met de vereiste professioneel-kritische instelling verricht en heeft hij een van de controledossiers inhoudelijk gewijzigd, zonder daarbij de regelgeving na te leven, aldus de AFM.

De accountant heeft daarmee in strijd gehandeld met de fundamentele beginselen van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Dat is ernstig, want gebruikers van een jaarrekening moeten kunnen vertrouwen op de informatie die daarin staat, omdat die de basis vormt voor belangrijke financiële beslissingen, zoals investeringen en handelstransacties.

Gerelateerde artikelen