Berisping voor RA die als externe compliance officer onvoldoende onderzoek deed

Onvoldoende onderzoek om vergaande conclusies te kunnen onderbouwen.

Een RA die als externe compliance officer voor een vermogensbeheerder werkt, blijft volledig onderworpen aan het accountants-tuchtrecht. Dat heeft de Accountantskamer bepaald in een zaak tegen een RA die een compliancerapportage opstelde over het beloningsbeleid van een vermogensbeheerder. De Accountantskamer legt haar een berisping op.

De uitspraak is principieel, omdat de RA tijdens de zitting had aangevoerd dat haar werkzaamheden als externe compliance officer geen accountantsopdracht vormden. De Accountantskamer gaat daar niet in mee. Een accountant die in het kader van zijn werkzaamheden als externe compliance officer zijn vakbekwaamheid als accountant toepast, verleent een professionele dienst. Daarmee vallen die werkzaamheden onder het tuchtrecht en zijn de fundamentele beginselen uit de VGBA van toepassing.

Compliancerapport uit 2025

De zaak draait om een compliancerapport uit juni 2025 over het beloningsbeleid van vermogensbeheerder B.A. van Doorn. Klager is Sam van Doorn, een 81-jarige achterkleinzoon van de oprichter en grootaandeelhouder van B.A. van Doorn die al geruime tijd verwikkeld is in een conflict met NMS Beheer, de persoonlijke beheer-bv van Albert Maingay, de directeur van B.A. van Doorn. NMS Beheer wil de aandelen van Van Doorn overnemen.

Over de voorwaarden en de waarde van die aandelen bestaat echter verschil van mening. De Ondernemingskamer heeft inmiddels een deskundige ingeschakeld om de waarde van de onderneming vast te stellen.

Waarde van de onderneming

Van Doorn stelde dat de RA in haar compliancerapport ten onrechte had geconcludeerd dat de vermogensbeheerder aan zzp’ers uitsluitend vaste vergoedingen betaalde en geen omzetgerelateerde aanbrengprovisies. Volgens hem was er wel degelijk sprake van variabele beloningen. Daarmee zou het provisieverbod worden overtreden.

Klager wees onder meer op verklaringen en stukken waaruit volgens hem bleek dat zzp’ers werden beloond op basis van de omzet en de groei van hun klantenportefeuille. Ook verwees hij naar een overeenkomst waarin naast een basissalaris een resultaatafhankelijke aanvulling was opgenomen.

Onjuiste voorstelling van zaken

De advocaat van de RA bestreed dat zij een onjuiste voorstelling van zaken had gegeven. De RA had volgens haar eigen verklaring het interne beleid getoetst aan de wettelijke eisen, interviews gehouden, een steekproef uitgevoerd en bij de directie navraag gedaan naar de opbouw van de beloningen. Zij had daarbij geen aanwijzingen gevonden voor verkoop- of omzetbonussen, producttargets of aanbrengvergoedingen die tot benadeling van cliënten zouden kunnen leiden.

Het belangrijke inhoudelijke verwijt van Van Doorn, dat de RA in haar rapport had gelogen over het bestaan van omzetafhankelijke provisies, houdt volgens de tuchtrechters geen stand. Van Doorn heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de vermogensbeheerder daadwerkelijk omzetgerelateerde aanbrengprovisies aan de zzp’ers betaalde. Dat een vergoeding deels variabel is, betekent volgens de Accountantskamer niet automatisch dat sprake is van een verboden aanbrengprovisie. Ook de verklaringen van de directie en de controlerend accountant boden daarvoor onvoldoende duidelijkheid.

Onvoldoende onderzoek

Daarmee is de RA er echter niet vanaf. De Accountantskamer vindt wel dat zij onvoldoende onderzoek heeft gedaan om haar vergaande conclusies te kunnen onderbouwen. Haar rapport stelde onder meer dat er ‘geen perverse prikkels’ waren, dat de zzp’er een vast maandelijks bedrag ontving en dat het beloningsbeleid getoetst was aan de wettelijke eisen. Volgens de tuchtrechters kon door die formuleringen bij de gebruiker de indruk ontstaan dat een bepaalde mate van zekerheid werd gegeven.

Dat stelt extra eisen aan de onderbouwing. De RA had volgens de Accountantskamer moeten onderzoeken of het interne beloningsbeleid ook daadwerkelijk werd nageleefd. Zij had daarover met de directie gesproken en de directie vervolgens zelf een notitie laten opstellen. Maar die notitie bevatte volgens de tuchtrechters geen zelfstandige informatie: het was slechts een schriftelijke vastlegging van wat de directie tijdens het interview had verteld.

Geen deugdelijke grondslag

De Accountantskamer stelt daarom vast dat de RA geen deugdelijke grondslag had voor haar conclusies dat het beloningsbeleid in overeenstemming was met de wet- en regelgeving en dat geen sprake was van verboden provisies.

Dat de RA wist dat haar rapportage mogelijk in een procedure bij de Ondernemingskamer zou worden gebruikt, maakt de tekortkoming volgens de Accountantskamer extra zwaarwegend. De Accountantskamer legt de RA daarom een berisping op. Daarbij speelt ook mee dat zij tijdens de zitting volgens de tuchtrechter geen blijk gaf te beseffen dat zij haar werkzaamheden in haar hoedanigheid van accountant had verricht.

Op de vingers getikt

Voor Van Doorn is dit overigens niet de eerste tuchtzaak rond de vermogensbeheerder. Eerder diende hij al een klacht in tegen de accountant van B.A. van Doorn. Die zaak ging onder meer over de verhoging van managementvergoedingen. De Accountantskamer gaf Van Doorn toen op een van zijn klachtonderdelen gelijk en tikte de accountant op de vingers omdat onvoldoende was onderzocht of aan de verhoging een rechtsgeldig aandeelhoudersbesluit ten grondslag lag.

Actuele eendaagse cursus over governance, toezicht en de praktische toepassing van compliance; aandacht voor verantwoordelijkheden, rolverdeling en hoe compliance in de praktijk werkt.

Gerelateerde artikelen