Tuchtrechter: de accountant verloor objectiviteit bij de investeringsdeal

Nauwelijks begrip voor objectiviteit die in het geding was.

Een AA die klanten met elkaar in contact bracht voor een investering in een veelbelovende start-up, heeft daarbij zijn objectiviteit onvoldoende bewaakt. De Accountantskamer rekent hem dat zwaar aan en legt een berisping op.

Centraal staat Orava, een in 2018 opgerichte start-up die zich wilde richten op e-shipping vanuit China: het verkopen en verzenden van producten via online platforms. Achter het initiatief zat een zakenvrouw voor wie de accountant al langer werkzaamheden verrichtte, waaronder het samenstellen van jaarrekeningen voor meerdere ondernemingen.

Investeerders zoeken
De vrouw zocht investeerders voor haar plannen. De accountant bracht haar daarop in contact met enkele andere cliënten van zijn kantoor, onder wie Innopart, een onderneming gespecialiseerd in medische en cosmetische disposables die onder meer uit China worden geïmporteerd. Mogelijk konden beide partijen iets voor elkaar betekenen.

 De AA verzorgde bovendien de aangifte inkomstenbelasting van de DGA van Innopart. Volgens advocaat Robert Lonis, die namens Innopart optrad, had de accountant daardoor inzicht in diens privévermogen en beleggingen. Tijdens een gesprek in april 2018 zou de accountant hebben opgemerkt dat een rendement van vijf procent op effecten ‘niet echt opschoot’, aldus de advocaat in maart tijdens de zitting.

Nooit van de grond gekomen
Tegelijkertijd wees hij op ‘een andere klant die investeerders zocht voor een e-shippingportaal dat wel iets heel groots zou kunnen worden’. De DGA besloot uiteindelijk samen met twee andere cliënten van de accountant indirect te investeren via Nufuzi, een andere onderneming van de zakenvrouw.

Dat liep slecht af. Nufuzi ging in 2019 failliet en Orava kwam nooit van de grond. De DGA bleef uiteindelijk zitten met een verlies van 75.000 euro.

Pijlen richten op de accountant
Pogingen om dat geld via de civiele rechter terug te krijgen mislukten, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep. Daarna richtte Innopart zijn pijlen op de accountant. Volgens advocaat Lonis trad die niet slechts op als neutrale verbinder, maar als ‘oliemannetje’ en ‘architect’ van de investeringen, terwijl hij tegelijkertijd meerdere betrokken partijen bijstond. Dat leverde volgens de advocaat een evidente bedreiging op voor de objectiviteit van de accountant.

 Daar kwam volgens klager bij dat de accountant zelf zou hebben aangegeven een rol als CFO binnen Orava te ambiëren. Ook zou hij te rooskleurige informatie hebben verstrekt over de achtergrond van de zakenvrouw en haar ondernemingen. Zo ging Nufuzi uiteindelijk failliet met een schuld van 26 miljoen euro en speelden er ook problemen rond andere bedrijven binnen haar concern.

Advies om te investeren
De accountant bestreed dat hij actief had geadviseerd om te investeren. Volgens hem had hij slechts voorgesteld dat beide partijen eens met elkaar zouden praten. “Ik heb alleen gezegd: ga eens een kop koffie drinken, jullie kunnen misschien iets voor elkaar betekenen”, verklaarde hij tijdens de zitting. Van eigen financieel belang of advisering zou geen sprake zijn geweest.

De Accountantskamer volgt hem daarin maar gedeeltelijk. Volgens de tuchtrechters klopt het dat de accountant niet expliciet heeft geadviseerd geld in de onderneming te steken en ook niet zonder meer optrad als financieel adviseur. Daarom sneuvelden onderdelen van de klacht, waaronder het verwijt dat hij zonder vergunning beleggingsadvies zou hebben gegeven.

Een onschuldig praatje
Maar daarmee was de kous volgens het college niet af. De AA deed zijn rol volgens de uitspraak ten onrechte voorkomen als ‘een onschuldig praatje’ tussen twee klanten. Uit mails en verdere betrokkenheid bleek echter dat hij zich nadrukkelijk met de samenwerking bemoeide. Zo schreef hij eind mei 2018 aan de DGA: ‘Wat een goednieuwsshow hieronder hè. Denk dat we nu wel even moeten doorpakken.’

Ook voerde hij besprekingen met partijen, werkte hij een intentieovereenkomst uit en stelde hij een liquiditeitsbegroting voor de start-up op. Juist vanwege die actieve betrokkenheid had de accountant volgens de Accountantskamer moeten onderkennen dat sprake kon zijn van strijdige belangen tussen cliënten.

Beginsel van objectiviteit
Dat hij dat niet heeft gedaan, levert een schending op van het fundamentele beginsel van objectiviteit. “Van een accountant mag worden verwacht dat hij zich te allen tijde bewust is van mogelijke bedreigingen voor zijn objectiviteit en daarnaar handelt”, aldus het tuchtcollege.

Bij het bepalen van de zwaarte van de maatregel woog mee dat de accountant ook tijdens de zitting nauwelijks blijk gaf werkelijk te begrijpen dat zijn objectiviteit in het geding was geweest. Daarom acht de Accountantskamer een berisping passend.

Gerelateerde artikelen