Hoge Raad zet streep door vrijstelling overdrachtsbelasting BV’s

Geen voordeel bij fiscale voordeel bij opvolging via constructie met BV's.

Vrijstelling voor overdrachtsbelasting bij bedrijfsopvolging geldt niet als de overdracht via BV’s loopt. Dat heeft de Hoge Raad geoordeeld op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.

De Hoge Raad oordeelt dat de vrijstelling voor overdrachtsbelasting bij bedrijfsopvolging niet geldt als de overdracht via bv’s loopt. De zogenoemde doorkijkarresten (bedoeld tegen schijnconstructies en witwassen) maken volgens de rechters niet anders.De onderliggende kwestie sleept al zeven jaar. Een BV verwierf op 13 juni 2019 alle aandelen in een andere BV in hotelpanden.

De transactie was opgezet binnen een familie, waarbij de vader alle aandelen in de hotel-BD hield. De zonen hielden via hun eigen BV’s elk 45 procent van de certificaten in de verkrijgende BV. Op dezelfde dag verschoven certificaten en aandelen, waardoor de vader zijn belang beëindigt en de zonen ieder indirect vijftig procent verkregen.

De BV claimt de vrijstelling van overdrachtsbelasting voor bedrijfsopvolging tussen ouder en kinderen, maar de inspecteur legt een naheffingsaanslag op. In geschil is of de vrijstelling van toepassing is.

De Hoge Raad stelt dat deze alleen geldt bij overdrachten tussen personen en niet tussen BV’s. Deze regeling is bedoeld om bedrijfsopvolging binnen families fiscaal te vergemakkelijken, maar niet als fiscaal voordeel voor BV’s.

Gerelateerde artikelen