Advies aan Hoge Raad: niet iedereen hoeft compensatie box 3
Mensen die niet op tijd bezwaar hebben gemaakt tegen de onwettige box 3-heffing, hoeven geen compensatie te krijgen. Dat adviseert de advocaat-generaal aan de Hoge Raad, die daarover op een nog onbekend moment uitspraak doet. Vaak neemt de hoogste rechter het advies over.
De Hoge Raad oordeelde in 2021 dat de zogeheten vermogensrendementsheffing in box 3 in de jaren 2017 tot en met 2020 onwettig was. Daardoor kregen mensen die bezwaar hadden gemaakt recht op compensatie. Ook mensen die dat niet hadden gedaan, wilden geld zien. Daarop kwamen vier zaken bij de Hoge Raad te liggen, om op basis daarvan een mogelijke algehele compensatie uit te reiken. Twee van die zaken heeft de advocaat-generaal nu beoordeeld.
Hierin draaide het om de mogelijkheid van de inspecteur van de Belastingdienst om een al afgeronde belastingaangifte nog te verminderen. Dit kan echter niet als de onjuistheid voortvloeit uit uitspraken door een rechter van na de afrondingsdatum, zoals die van de Hoge Raad over box 3 in 2021. De advocaat-generaal oordeelt, net als de Hoge Raad eerder, dat van deze uitzondering in dit geval sprake is en dus niet iedereen compensatie hoeft te krijgen.
De klagers vonden dat zij ook recht hadden op een vergoeding vanwege het evenredigheidsbeginsel. Dat stelt dat de nadelige gevolgen van een regeling voor een burger niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot het doel ervan. De advocaat-generaal vindt dat daar in dit geval geen sprake van is.
De overheid was eerder al miljarden kwijt aan compensatie voor de mensen die wel op tijd bezwaar hadden gemaakt tegen de box 3-heffing. Die bleek onwettig omdat het uitging van fictief in plaats van werkelijk rendement. Compensatie voor de niet-bezwaarmakers zou om nog eens ruim 1 miljoen mensen kunnen gaan.