‘De overname ging niet door en dat is de schuld van de accountant’
Voorschotten op coronasubsidies die vanwege foute aanvragen teruggestort moesten worden. Jaarrekeningen die pas na beëindiging van de opdracht door de accountant gedeponeerd werden en zelfs het afketsen van de overname van het bedrijf door de Efteling. Dat zijn zaken die de accountant verweten werden. “Als u een klant heeft die de btw-aangiftes gokt, moet u toch zenuwachtig worden?”
Over deze tuchtzaak hangt de schaduw van gemis. De vrouw van de ondernemer die zijn voormalig accountant voor de tuchtrechter daagt, is drie jaar terug overleden. Zij deed de administratie, leverde die aan en de accountant kon daar goed mee uit de voeten.
Hard geraakt
“Wat ze aanleverde, was sluitend en kloppend”, beaamt de aangeklaagde accountant. Tot ze met een slopende ziekte wordt geconfronteerd. En dat middenin de coronapandemie waarin het bedrijf van de ondernemer – recreatiepark Pukkemuk, in Brabant wel eens ‘het broertje van de Efteling‘ genoemd – hard geraakt wordt.
Juist voor de sectoren die het zwaar hebben, komen er coronasubsidies. Pukkemuk krijgt voorschotten maar later blijken de aanvragen niet te kloppen. Die zijn voor de individuele bvc’s aangevraagd, waar dat voor de hele groep had gemoeten.
Voor tonnen benadeeld
Als in 2024 het bedrijf afscheid neemt van de accountant, komen er opeens veel problemen naar boven. “Zeker in zo’n tijd moet je je accountant kunnen vertrouwen”, zegt de ondernemer over de periode vlak voor en na het overlijden van zijn vrouw. “Ik heb hem volledig vertrouwd. Maar jaarrekeningen bleken onvolledig en onjuist. Fouten uit eerdere jaren moesten worden hersteld.”
De aanvragen voor de coronasubsidie TVL (Tegemoetkoming Vaste Lasten) bleken onvolledig, de bezwaren waren te laat en onjuist aangevoerd. “Er werden procedures gevoerd zonder dat wij wisten wat er speelde. Ik ben voor enkele tonnen benadeeld.”
Een burn-out
De accountant, die zichzelf per januari dit jaar heeft laten uitschrijven uit het register, begint zijn verweer door te vertellen dat hij een aantal jaar terug een burn-out had. De opdracht van deze ondernemer was complex omdat het om acht bv’s ging. Het ziekbed van de vrouw van de ondernemer leverde direct problemen op, zegt hij.
“Er was niets overgedragen.” Hij zegt dat deze tuchtzaak er is omdat hij de vermeende schade niet wilde betalen. “Zonder onderbouwing wil hij mij verantwoordelijk maken voor zijn problemen”, zegt hij over de ondernemer.
Onderbouwen met stukken
De leden van de Accountantskamer hebben veel vragen, maar wat ze met de antwoorden kunnen, blijft een vraag op zich. “Ook hierover verschillen de standpunten. Maar wij hebben die stukken niet”, verzucht de voorzitter herhaaldelijk. Het is de klager die de klacht met stukken moet onderbouwen. Maar net zo goed moet een accountant ook stukken in het dossier hebben.
Herhaaldelijk klinkt de vraag ‘waar heeft u dat vastgelegd?’ waarop de accountant wel een antwoord heeft. Alleen heeft de tuchtrechter dat stuk dan weer niet.
Btw-aangiftes schrappen
Opvallend is de kwestie rond de btw-aangiftes. “Als je een klant hebt die btw-aangiftes schrapt en zegt ‘het is gegokt’. Als accountant zou je daar toch zenuwachtig van moeten worden?” wil de tuchtrechter weten. Dan neem je toch afscheid van deze klant?
“Dat heb ik zeker overwogen. Maar de aangeleverde administratie was sluitend en kloppend. Een goede basis om jaarcijfers te maken”, reageert de beklaagde. En de uitspraak dat ‘het gegokt’ is, is niet conform de werkelijkheid, zegt hij. “Het is wel gebaseerd op juiste gegevens. Bij andere bv’s was sprake van een wisselende omzet, daar schatte men.”
Covidsubsidie terugbetalen
Ook werd op gegeven moment bekend dat er 130.000 euro aan covidsubsidie terugbetaald moest worden. “Wat deed u hiermee op het moment van het samenstellen van de jaarrekening? De verplichting tot terugbetaling staat er niet in”, vraagt de tuchtrechter.
“Omdat ik van mening was dat het niet terugbetaald hoefde te worden”, reageert de accountant. Voor de Accountantskamer wordt niet duidelijk wanneer het bericht kwam tot terugbetaling. Volgens de accountant pas in 2025, volgens de klagers al veel eerder.
Late deponering
En dan was er nog het moment van deponering van de jaarrekeningen 2020, 2021 en 2022 in juni 2024. Dat terwijl in april dat jaar beide partijen uit elkaar gingen. De accountant verwijst naar een vergadering in januari dat jaar waarin de jaarrekeningen vastgesteld en goedgekeurd zouden zijn.
Maar de vaststellingsdatum bij de Kamer van Koophandel ligt in juni dat jaar. “Dat is de datum waarop het uitgeprint is”, zegt de accountant. Van het goedkeuren van de jaarrekeningen zijn geen notulen. En de tegenpartij zegt die jaarrekeningen nooit ontvangen te hebben, behalve dan die van 2022.
In tranen
De zitting grijpt de ondernemer erg aan. Hij loopt boos in tranen weg omdat hij meent dat de accountant zich achter het werk van zijn vrouw verschuilt. En haar de door hem gemaakte fouten in de schoot werpt.
De accountant zelf meent dat de klager van alles roept, maar niets aantoont. “De klacht staat vol met leugens. Gesteld wordt dat het mijn schuld is dat de overname door de Efteling niet doorging.” En daarmee zou de ondernemer opnieuw een grote som geld zijn misgelopen.
De uitspraak van de Accountantskamer is over circa twaalf weken.