Kleine paragraaf WBTR raakt ook accountants van stichtingen en verenigingen

Een klein onderdeel van deze wet heeft invloed op de macht van de voorzitter.

Per 1 juli mogen voorzitters van stichtingen en verenigingen niet meer stemmen hebben in een bestuur, dan de rest van de bestuursleden samen. Statuten van verenigingen en stichtingen die deze regel dan nog in hun statuten hebben staan, raken ongeldig op dit onderdeel. Hiervoor waarschuwt accountantsorganisatie Novak.

Novak verwijst naar een klein onderdeel van de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR), die al vijf jaar oud is. Maar het wetsartikel dat de macht van de bestuursvoorzitter beperkt, wordt pas van kracht op 1 juli aanstaande.

Voor accountants kan dit onderdeel belangrijk zijn bij het aanvaarden van een opdracht voor een stichting of een vereniging.  Met name als een voorzitter een mogelijk onwettig mandaat gebruikt voor het aanstellen van een externe accountant. Veel verenigingen en stichtingen maken gebruik van de diensten van accountants.

Het is voor accountants ook een goed moment om de bestuurders van deze organisatie te wijzen op de noodzaak om de statuten in lijn te brengen met de WBTR, voor zover dat nog niet is gebeurd.

Want, zo legt Novak uit,  statuten van stichtingen en verenigingen moeten ook een regeling bevatten voor het geval dat het gehele bestuur tijdelijk of permanent uitvalt, bijvoorbeeld door ziekte, overlijden, ontslag of opstappen. “Ontbreekt zo’n bepaling nog, dan ben je verplicht om die bij de eerstvolgende statutenwijziging op te nemen”, schrijft Novak op haar website.

“Bestuurders met een tegenstrijdig belang mogen bovendien niet deelnemen aan besluitvorming. Sinds 2021 is bovendien de persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders uitgebreid.”

 

 

Gerelateerde artikelen