Strengere regels voor Britse accountants voor fraude en going concern

De nieuwe regels gelden voor boekjaren die beginnen op of na 15 december 2026.

Britse accountants krijgen vanaf eind 2026 te maken met aangescherpte regels voor het opsporen van fraude en het beoordelen van de continuïteit van ondernemingen. De Britse Financial Reporting Council (FRC), de toezichthouder op de Britse accountancy, heeft de definitieve herzieningen gepubliceerd van twee belangrijke auditstandaarden: ISA (UK) 240, over fraude, en ISA (UK) 570, over going concern. De nieuwe regels gelden voor boekjaren die beginnen op of na 15 december 2026.

De wijzigingen zijn vooral relevant voor organisaties van publiek belang, zoals beursgenoteerde ondernemingen, banken en verzekeraars, vergelijkbaar met OOB-organisaties in Nederland. Accountants moeten frauderisico’s nadrukkelijker beoordelen, kritischer zijn tegenover informatie van het management en transparanter rapporteren over materiële risico’s.

Ook bij de beoordeling van de continuïteit wordt de lat hoger gelegd. De herziene standaard benadrukt materiële onzekerheden, de kwaliteit van toekomstplannen van het management en de vraag of financiële verslaggeving voldoende duidelijk maakt welke risico’s een onderneming loopt.

Lessen uit grote faillissementen

De aanscherping volgt op jarenlange zorgen over de kwaliteit van audits. In het Verenigd Koninkrijk ontstonden die onder meer na de ondergang van BHS, Carillion en London Capital & Finance.

Vooral de ineenstorting van Carillion in 2018 geldt als belangrijk voorbeeld. De curatoren dienden een claim van circa 1,3 miljard pond in tegen voormalig accountant KPMG. De zaak werd in 2023 geschikt tot een boete van 21 miljoen pond.

Ook de ondergang van NMC Health in 2020 leidde tot een omvangrijke claim tegen EY. Bewindvoerders eisten circa 2 miljard en verweten EY onder meer dat het onvoldoende had gereageerd op een verborgen schuldenpositie.

Gevolgen voor aansprakelijkheid

De nieuwe standaarden kunnen ook gevolgen hebben voor toekomstige rechtszaken na faillissementen of fraude. Ze geven rechters en eisers een concreter referentiepunt bij de vraag wat een accountant redelijkerwijs had moeten onderzoeken, signaleren en rapporteren.

Een belangrijk element wordt daarbij het causale verband. De rechter kan moeten bepalen wat er zou zijn gebeurd als de accountant volgens de geldende standaarden had gehandeld. Zou een fraudeonderzoek of waarschuwing over de continuïteit hebben geleid tot ander gedrag van bestuurders, beleggers of schuldeisers?

Ook auditwerkdossiers kunnen belangrijker worden. Accountants moeten uitgebreider documenteren welke informatie zij gebruikten, hoe risico’s werden beoordeeld en welke professionele oordelen zij maakten.

De nieuwe regels vormen geen garantie tegen fraude of faillissement. Wel kunnen zij de verwachtingen over de verantwoordelijkheid van accountants aanzienlijk verhogen. Bij toekomstige bedrijfsinstortingen zullen partijen de standaarden naar verwachting gebruiken om vast te stellen wat vóór een crisis redelijkerwijs van de accountant mocht worden verwacht.

Praktische, intensieve cursus voor accountants over het herkennen, beoordelen en bespreekbaar maken van continuïteitsrisico’s; tools om sneller signalen te herkennen en dieper door te vragen.

Gerelateerde artikelen