NBA en SRA botsen over uitbreiding fraude en continuïteit in controleverklaringen
De Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) wil de uitgebreide rapportage over fraude en continuïteit in controleverklaringen voortzetten en verankeren in de Nederlandse controlestandaarden. Maar zusterorganisatie SRA, een koepel voor mkb-kantoren, voelt hier niets voor. “SRA kan de voorgestelde verdere uitbreiding van rapportageverplichtingen in de controleverklaring op niet ondersteunen”, zo reageert de organisatie. “De regimeverzwaring is onvoldoende proportioneel en onvoldoende onderbouwd voor het reguliere wettelijke domein.”
Herziene controlestandaarden
De steen des aanstoots betreft de herziene internationale controlestandaarden ISA 240 (fraude) en ISA 570 (continuïteit). Die sluiten goed aan bij de Nederlandse praktijk en de informatiebehoefte van gebruikers van controleverklaringen, oordeelt het College voor beroepsreglementering (CB), dat verantwoordelijk voor de ontwikkeling en actualisering van de beroepsregelgeving voor accountants.. De NBA wil de nieuwe regels daarom invoeren en op enkele punten zelfs een bredere reikwijdte geven.
Voor fraude betekent dit dat accountants bij controles van organisaties van openbaar belang (oob’s) blijven rapporteren via een kernpunt van de controle. Bij andere wettelijke controles gebeurt dit in een aparte paragraaf waarin de belangrijkste frauderisico’s worden toegelicht. Voor continuïteit moeten accountants voortaan bij alle controles standaard drie mededelingen opnemen. Alleen wanneer sprake is van een materiële onzekerheid of wanneer een omvangrijke beoordeling nodig was om vast te stellen dat daarvan geen sprake is, volgt een uitgebreidere toelichting.
Niet evenredig en niet risicogericht
SRA morrelt geenszins aan het maatschappelijke belang van transparantie over fraude en continuïteit. “We erkennen de publieke verantwoordelijkheid van de accountant”, aldus SRA. “Maar we vinden het verzwaarde regime voor beide standaarden niet passend, niet evenredig en niet risicogericht.”
SRA merkt daarbij op dat de uitbreiding van rapportageverplichtingen niets oplevert. “De effectiviteit en toegevoegde waarde ervan is discutabel en niet aangetoond. Het consultatiedocument maakt onvoldoende aannemelijk in welke situaties de aanvullende rapportage daadwerkelijk leidt tot betere besluitvorming door gebruikers. Het zwaardere regime leidt tot meer werk en meer kosten zonder dat daarbij de toegevoegde waarde voor accountantskantoren en meer dan 20.000 ondernemingen duidelijk is.”
Praktijkgerichte cursus voor accountants over het herkennen, beoordelen en bespreekbaar maken van continuïteitsrisico’s; biedt concrete handvatten voor beoordeling en rapportering bij going-concernvraagstukken.