Financiële organisaties in de fout met aftrekposten van het vastekostenvereiste (VKV)
Uit onderzoek van De Nederlandsche Bank (DNB) blijkt dat een aantal aftrekposten van het vastekostenvereiste (VKV) in de praktijk niet altijd juist worden toegepast door financiële organisaties. Het gaat hier om de regel binnen de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting. Deze onjuiste toepassingen komen in de breedte van de sector voor, aldus DNB.
Het gaat zoal mis bij de toekenning van <strong>bonussen en variabele beloning</strong>, constateert DNB. De voorwaarden van de variabele beloning zijn niet altijd contractueel vastgelegd of onvoldoende gekoppeld aan de nettowinst van de onderneming. Dit zijn twee essentiële voorwaarden om variabele beloning in mindering te mogen brengen van het VKV.
De tweede misser gaat over <strong>eenmalige kosten uit niet reguliere activiteiten</strong>. Het is belangrijk dat een kostenpost aan zowel de eis van ’eenmalig’ als van ’niet-reguliere activiteiten’ voldoet, aldus de toelichting van DNB. Als maar aan één van beide criteria wordt voldaan, gelden de kosten niet als aftrekpost van het VKV. Kosten die verbonden zijn aan normale activiteiten, bijvoorbeeld marketing of een evenement voor relaties of werknemers, zijn geen kosten uit niet-reguliere activiteiten.
DNB ziet het ook misgaan met <strong>gedeelde provisies en vergoedingen</strong>. Voor deze aftrekpost geldt dat een betalingsverplichting pas mag ontstaan als de bijbehorende inkomsten daadwerkelijk zijn ontvangen. Een contract tussen de instelling en een derde partij, waarbij een vaste provisie over het beheerd vermogen wordt doorbelast, geldt in de regel niet als aftrekpost.
“De betalingsverplichting voor de instelling bestaat namelijk onafhankelijk van de betalingsverplichting van de klant”, zo licht DNB toe. “Om tot een Europees geharmoniseerde interpretatie te komen, wordt deze aftrekpost ter verduidelijking nog voorgelegd aan EBA en de Europese wetgevers. Tot die tijd dienen instellingen zich te houden aan bovenstaand uitgangspunt.”
Verder wijst DNB erop dat <strong>kosten die gemaakt door een derde partij voor activiteiten</strong> die nodig zijn voor de uitvoering van het bedrijf maar die niet worden doorbelast aan de instelling, moeten meegenomen worden in de totale kostenberekening van instelling.
DNB wijst als voorbeeld op kantoorkosten. “Als gebruik gemaakt wordt van een kantoor van een moeder- of zusteronderneming, zonder dat deze de kosten in rekening brengt bij de instelling, moeten de kantoorkosten die toebedeeld kunnen worden aan de instelling wel worden meegenomen. Hetzelfde geldt wanneer gebruik wordt gemaakt van personeel dat bij een andere entiteit in dienst is.”
DNB roept financiële organisaties op om kritisch te kijken naar de eigen VKV-berekening, en de toepassing van aftrekposten. Ontsaan er bij financiële organisaties kapitaal- en of liquiditeitstekorten als gevolg van een onjuist VKV, dan dreigt DNB “handhavend op te treden”.