AFM: oob-kantoren schieten tekort met intern kwaliteitsonderzoek

Het ontbreekt aan een representatief beeld van de dagelijkse controlepraktijk.

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) roept accountantsorganisaties op hun interne kwaliteitsonderzoek (IKO) verder aan te scherpen. Hoewel de zes onderzochte OOB-kantoren het IKO volgens de geldende wet- en regelgeving uitvoeren, is volgens de toezichthouder verbetering noodzakelijk. Dit om een vollediger en diepgaander beeld te krijgen van de kwaliteit van de uitgevoerde controles.

De AFM stelt dat het IKO bedoeld is om inzicht te geven in de kwaliteit van afgeronde wettelijke controles, tekortkomingen tijdig te signaleren en het interne kwaliteitsniveau structureel te verbeteren. Binnen de nieuwe Standaard voor Kwaliteitsmanagement (SKM1) vormt het onderzoek bovendien een belangrijk instrument voor monitoring en herstel.

Breed ingezet

Jaarlijks selecteren accountantsorganisaties hiervoor een aantal opdrachtpartners en controledossiers, om te toetsen of de controles zijn uitgevoerd volgens wet- en regelgeving, professionele standaarden en interne richtlijnen.

Volgens de AFM wordt het IKO breed ingezet om risico’s en tekortkomingen in de controlepraktijk te identificeren, wat bijdraagt aan het lerend vermogen van accountantsorganisaties en de voortdurende verbetering van de controlekwaliteit.

Tekortschieten

Toch schieten volgens de AFM de OOB-kantoren tekort bij de selectie van de onderzochte dossiers. Door vaste selectieroutines, vroegtijdige communicatie over de selectie, een sterke focus op grote of risicovolle dossiers en een beperkte omvang van de steekproef ontbreekt volgens de toezichthouder een representatief beeld van de dagelijkse controlepraktijk.

Daardoor bestaat het risico dat tekortkomingen in wettelijke controles niet tijdig worden ontdekt of zelfs structureel buiten beeld blijven. De AFM wijst erop dat accountantsorganisaties de kwaliteit van het IKO kunnen vergroten door meer willekeur en onvoorspelbaarheid toe te passen bij de selectie van controledossiers, waardoor een representatiever beeld ontstaat van de totale controleportefeuille.

Leren van bevindingen

De toezichthouder benadrukt dat het IKO niet alleen als monitoringsinstrument moet worden gebruikt, maar ook als middel om van bevindingen te leren. Een scherper en representatiever intern kwaliteitsonderzoek stelt organisaties volgens de AFM beter in staat vast te stellen of hun kwaliteitsmanagementsysteem effectief werkt en sneller in te grijpen bij risico’s en tekortkomingen.

De AFM onderstreept dat accountants een cruciale rol spelen bij de betrouwbaarheid van financiële informatie en dat de samenleving erop moet kunnen vertrouwen dat accountantsorganisaties de kwaliteit van hun wettelijke controles structureel borgen. De toezichthouder zal de uitkomsten van het onderzoek, dat is gepubliceerd onder de titel ‘IKO: een scherp instrument levert een scherp beeld’, delen met de sector en de bevindingen meenemen in het toekomstige toezicht.

Gerelateerde artikelen