SRA wil accountancy beter inrichten op mensen met neurodivergentie

SRA-directeur Pauline van Esterik-Plasmeijer: 'Vastlopen en afhaken kan de sector zich niet permitteren.'

Accountantsorganisatie SRA gaat zich extra inzetten voor neurodivergentie, om zo het vak meer toegankelijk te maken voor mensen met aandoeningen als ADHD, dyslexie, autisme of hoogbegaafdheid. “Omdat we in onze sector alle talenten nodig hebben”, zegt SRA-directeur Pauline van Esterik-Plasmeijer in een interview op de website van SRA.

“De accountancy is kennisintensief en de druk is hoog. Dan kun je het je simpelweg niet permitteren dat mensen afhaken, vastlopen of minder tot hun recht komen omdat de werkcultuur is ingericht op één manier van denken en werken.”

De nadruk op neurodivergentie is volgens Van Esterik-Plasmeijer nodig omdat dit soort aandoeningen vaak onzichtbaar zijn. ”Veel mensen hebben een brein dat anders werkt, en daar kleven misverstanden aan. Terwijl er juist veel potentieel zit in die diversiteit aan denkstijlen. Wat we vooral willen is normaliseren. Dus weg van stempels en wij-zij.”

“Het begint klein: ga het gesprek aan en wees nieuwsgierig naar de ander. Jouw norm is niet automatisch die van een ander. Als je dat eenmaal ziet, ga je ook anders kijken naar werkafspraken, communicatie en feedback. ‘Iedereen heeft voorkeuren in samenwerken: hoe je mailt, vergadert, plant en feedback geeft. Vaak denken we: zo doen we het hier nu eenmaal. Maarbesef dat jouw manier niet de enige of de beste is. Maak er ruimte voor dat iemand anders andere voorwaarden nodig heeft om goed te functioneren.”

“Dit helpt om talent beter te behouden en te benutten. Het versterkt samenwerking, omdat je minder misverstanden krijgt en meer wederzijds begrip. Het kan kwaliteit en innovatie vergroten, omdat verschillende manieren van denken elkaar aanvullen. En het is ook veel leuker om met een diverse groep mensen samen te werken, nieuwe inzichten te krijgen en soms ook verrast te worden.”

Het gaat volgens de SRA-directeur niet alleen om een algemene oproep. “Als je dit thema agendeert, moet je ook naar jezelf kijken. Dus: hoe voer ik het gesprek, hoe maak ik ruimte voor verschillen, en hoe zorg ik dat onze collega’s niet het gevoel hebben dat ze in een hokje worden gestopt en hoe doen we dat gezamenlijk binnen onze vereniging? We kiezen bewust voor een toon die uitnodigt: niet belerend, niet normerend. Geen stigma’s. Wel: nieuwsgierigheid en praktische herkenning.”

 

Gerelateerde artikelen