Newtone: Fiscale aftrek van SAR-kosten vraagt om zorgvuldige vormgeving
Stock Appreciation Rights (SAR’s) worden steeds vaker gebruikt als instrument om werknemers mee te laten profiteren van de waardestijging van een onderneming. Een SAR geeft een werknemer doorgaans recht op een geldbedrag dat is gebaseerd op de waardestijging van aandelen van de werkgever. De werknemer wordt daarmee meestal geen aandeelhouder en krijgt doorgaans ook geen zeggenschap. De fiscale behandeling van de kosten die met zo’n regeling samenhangen, is echter sterk afhankelijk van de manier waarop de SAR is ingericht, aldus Newtone, dat een uiteenzetting houdt over de fiscale aspecten van financiële werknemersparticipatie d
Voor de vennootschapsbelasting geldt als uitgangspunt dat een uitkering uit een SAR-regeling aan een werknemer wordt gezien als een looncomponent. Voor een BV of NV betekent dit dat de uitkering in beginsel als kostenpost op het fiscale resultaat in mindering kan worden gebracht. Dat een SAR voor de inkomstenbelasting onder omstandigheden als lucratief belang kan worden aangemerkt, verandert dit uitgangspunt voor de werkgever doorgaans niet. De belangrijkste vraag is volgens Newtone of sprake is van aftrekbare loonkosten en of een specifieke aftrekbeperking uit de Wet VPB 1969 van toepassing is.
Geld of aandelen maakt fiscaal verschil
De vormgeving van een SAR is daarbij cruciaal. Een regeling kan voorzien in een uitbetaling in geld, maar ook in aandelen. Ook kan worden afgesproken dat een werknemer de ontvangen SAR-uitkering verplicht gebruikt om aandelen, opties of certificaten van aandelen in de werkgever te kopen. Juist dergelijke varianten kunnen gevolgen hebben voor de aftrekbaarheid.
Een SAR die uitsluitend in geld wordt afgewikkeld, valt in beginsel niet onder het specifieke aftrekverbod voor kosten die verband houden met de toekenning van aandelen, aandelenopties of daarmee gelijk te stellen rechten. De uitkering blijft dan in principe aftrekbaar als loon. Wordt de SAR echter in aandelen afgewikkeld of is de werknemer verplicht de uitkering voor de aankoop van aandelen te gebruiken, dan kan de regeling materieel worden aangemerkt als aandelenbeloning. Daarmee ontstaat het risico dat de aftrek wordt beperkt. De Belastingdienst heeft zich recent kritisch uitgelaten over vergelijkbare constructies waarbij bonussen worden gecombineerd met personeelsleningen voor de aankoop van certificaten van aandelen.
Hoog loon kan aftrek blokkeren
Een tweede aandachtspunt betreft SAR’s voor werknemers met een hoog loon. Sinds 2009 geldt hiervoor een specifieke aftrekbeperking. In 2026 ligt de relevante loongrens op €728.000. Wordt een SAR toegekend aan een werknemer die boven deze grens uitkomt, dan zijn de kosten van de SAR in beginsel niet aftrekbaar, ook wanneer de uiteindelijke uitkering in geld plaatsvindt.
Opvallend is dat de toets plaatsvindt op het moment van toekenning. Daarbij wordt gekeken naar het loon uit het relevante voorafgaande kalenderjaar. De toets is eenmalig: valt een werknemer bij toekenning onder de grens, dan geldt de aftrekbeperking ook niet voor latere waardestijgingen van de SAR. Omgekeerd kan een eenmaal toegepaste beperking ook latere waardeontwikkelingen raken.
Verband met verkoop deelneming is belangrijk
Een derde risico ontstaat wanneer een SAR verband houdt met de aan- of verkoop van een deelneming. Kosten die rechtstreeks samenhangen met de aankoop of verkoop van een deelneming waarop de deelnemingsvrijstelling van toepassing is, zijn niet aftrekbaar. De vraag is daarom of een SAR-uitkering voldoende rechtstreeks door een dergelijke transactie wordt veroorzaakt.
De Hoge Raad oordeelde in het zogenoemde December-II-arrest dat afscheidsbonussen aan personeel na de verkoop van een deelneming niet onder dit aftrekverbod vielen. De bonussen waren niet uitgekeerd om de verkoop tot stand te brengen en er bestond onvoldoende rechtstreeks causaal verband met de vervreemding. Dat betekent echter niet dat iedere bonus of SAR na een bedrijfsovername aftrekbaar is. Een bonus die bijvoorbeeld rechtstreeks afhankelijk is van het realiseren van een verkoop, kan anders worden beoordeeld. Ook zogenoemde retention fees kunnen onder omstandigheden als aankoopkosten worden gezien.
De fiscale behandeling van SAR’s staat of valt daarmee met de concrete vormgeving en uitvoering van de regeling, zo besluit Newtone. Vooral de uitbetalingsvorm, het loon van de werknemer, de voorwaarden waaronder de SAR uitkeert en het verband met transacties binnen het concern bepalen of de werkgever de kosten daadwerkelijk in aftrek kan brengen. Zorgvuldige contractuele vastlegging en een juiste toerekening van de kosten zijn daarom essentieel.
Vier seminars over actuele fiscale en juridische thema’s voor accountants, met aandacht voor vennootschapsbelasting, loonregels en recente jurisprudentie relevant voor werknemersparticipatie.