EU Gerecht scherpt btw-regels bij bedrijfsoverdrachten aan
Het Gerecht van de Europese Unie heeft met drie recente arresten meer duidelijkheid gegeven over de btw-behandeling van bedrijfsoverdrachten. Centraal staat het zogenoemde niet-leveringsbeginsel uit de btw-richtlijn. Bij de overdracht van een algemeenheid van goederen kan daardoor worden voorkomen dat btw over de transactie wordt geheven. Een overdracht van een algemeenheid van goederen van een onderneming of een zelfstandig onderdeel daarvan, geldt als een deal waarbij de verkrijger de economische activiteit kan voortzetten.
De drie uitspraken laten tegelijkertijd zien dat de regeling duidelijke grenzen kent, aldus PwC in een toelichting op dit btw-fenomeen. De zaken A&P Deco (T-397/25), Peckeger (T-413/25) en Szytelbiecka (T-366/25) zijn vooral relevant voor bedrijfsoverdrachten en inbrengen in natura waarbij vastgoed of meerdere verkrijgers betrokken zijn.
Tuincentrum
In de zaak A&P Deco stond een tuincentrum centraal. De onderneming werd overgedragen, waarna de voormalige eigenaar de bedrijfsgebouwen aan de koper verhuurde. Het EU Gerecht oordeelde dat de overgang van belast gebruik naar vrijgestelde verhuur gevolgen heeft voor de eerder afgetrokken voorbelasting. De overdrager moet die btw daarom gedeeltelijk herzien. Een nieuwe huurovereenkomst die bij de overdracht wordt gesloten, valt volgens het gerecht niet automatisch binnen de overgedragen algemeenheid van goederen.
In Peckeger ging het om de inbreng van verhuurd vastgoed in een vennootschap. Oostenrijk had het niet-leveringsbeginsel beperkt tot bepaalde economische activiteiten. Volgens het EU Gerecht is zo’n beperking niet toegestaan: lidstaten mogen de regeling alleen beperken op de gronden die de btw-richtlijn expliciet noemt, zoals het voorkomen van concurrentieverstoring, fraude of ontwijking. Het beginsel heeft bovendien rechtstreekse werking. Belastingplichtigen kunnen zich er onder voorwaarden rechtstreeks op beroepen.
Toepassing van het niet-leveringsbeginsel
Het arrest roept wel een nieuwe vraag op. Het EU Gerecht lijkt te suggereren dat het recht op btw-aftrek van de verkrijger relevant kan zijn voor toepassing van het niet-leveringsbeginsel. Of dit daadwerkelijk een zelfstandige voorwaarde is, blijft echter onduidelijk.
De zaak Szytelbiecka maakt duidelijk dat een overdracht aan meerdere personen niet zonder meer onder de regeling valt. Een ondernemer schonk haar onderneming voor 50 procent aan elk van haar twee dochters. Omdat iedere dochter slechts een onverdeeld aandeel kreeg, kon geen van beiden zelfstandig de volledige economische activiteit voortzetten. Dat de dochters hun aandelen vervolgens gezamenlijk in een vennootschap wilden inbrengen, veranderde dit oordeel niet.
PwC stelt dat de drie arresten onderstrepen daarmee dat de precieze vormgeving van een bedrijfsoverdracht bepalend kan zijn voor de btw-gevolgen. Vooral transacties met vastgoed, meerdere verkrijgers en beperkte aftrekrechten vragen daarom om zorgvuldige fiscale beoordeling.
- Een kapitaalstorting (inbreng) in natura kan tot een met btw belaste (fictieve) levering leiden. Valt de transactie buiten het niet-leveringsbeginsel, dan kan een inbreng dus tot btw-heffing leiden.
- Het EU Gerecht lijkt te suggereren dat toepassing van het niet-leveringsbeginsel vereist dat de verkrijger recht op aftrek heeft. Dit verdient aandacht bij verkrijgers met een beperkt aftrekrecht.
- Het niet-leveringsbeginsel geldt niet wanneer een verkrijger slechts een onverdeeld aandeel in de onderneming verkrijgt, ook niet als de verkrijgers de activiteit vervolgens gezamenlijk voortzetten.
- Lidstaten die het niet-leveringsbeginsel hebben geïmplementeerd mogen de regeling niet beperken tot transacties in specifieke sectoren. De toegestane beperkingsgronden zijn uitputtend en het niet-leveringsbeginsel heeft rechtstreekse werking.
- Doorlopende diensten zoals verhuur van OG vallen buiten de werking van het niet-leveringsbeginsel maar kunnen wel leiden tot een herziening van voorbelasting bij de overdrager.
Praktische cursus over fiscale mogelijkheden en vrijstellingen bij bedrijfsoverdracht; leer hoe je onnodige belastingheffing voorkomt en faciliteiten optimaal inzet bij bedrijfsopvolging.