‘Groeiende kwaliteit accountantcontroles gedragen door cultuur’

Ernest Ouwejan (V&A): Naast de regelgeving is de innerlijke waardenoriëntatie van de accountant erg belangrijk.

Wat hebben de bestrijding van coronacrisis, het tegengaan van fraude en de nieuwe maatregelen om de kwaliteit van wettelijke controles te verbeteren met elkaar te maken? Op z'n minst dit: dat het succes niet even van bovenaf kan worden afgedwongen, maar valt of staat met de voortdurende medewerking van betrokkenen. En dus met hun cultuur, stelt Ernest Ouwejan, Director Social Skills bij trainings- en adviesbureau V&A. "Wet- en regelgeving zijn belangrijk, maar schieten tekort als je wilt dat iemand zijn gedrag permanent aanpast. Daarvoor is zijn innerlijke waardenoriëntatie ook belangrijk." 

Normaliter praat Ernest Ouwejan geïnteresseerden maar al te graag in levenden lijve bij, maar sinds maart 2020 is Nederland een abnormaal land geworden. We leven al weken en weken in een intelligente lockdown. En zo komt het dat Ouwejan telefonisch een interview afstaat. De lijn piept en kraakt, maar het netwerk blijkt net 'coronaproof' genoeg om Ouwejan te kunnen verstaan. 

Ouwejan geeft zijn visie op enkele actuele ontwikkelingen in de accountancysector vanuit zijn achtergrond als gedragswetenschapper en als trainer van accountants op het gebied van gedrag en cultuur, en als oorzakenanalyticus en extern assessor. 

Coronavirus
Hij schreef onlangs een fraai blogartikel waarin hij fraude vergeleek met het coronavirus. Immers: fraude woekert voort als een soort virus, en fraudeurs staan nooit stil zodat ze net als een muterend virus maar moeilijk kunnen worden gestopt. Ook niet door de controlerende accountant die immers geen opsporingsambtenaar is, stelt Ouwejan. "Als het gaat om fraude heeft de accountant een preventieve en een ontdekkende functie. Hoe groot zijn preventieve rol is, is lastig te meten. Je weet immers niet hoeveel fraudes er niet plaatsvinden door het preventieve effect van de controlerende en samenstellende accountant. De ontdekkende rol van de accountant blijft lastig vanwege de actieve pogingen van de fraudeur om zijn frauduleuze activiteit te verbergen.”

Kan de accountant daarin verder komen en verbeteren? “Succesfactoren zijn kennis van de menselijke neiging om te frauderen, kennis van de klant en de branche, bewuster worden door ervaringen te delen en het inbouwen van reflectiemomenten (even afstand nemen dus).”  

Afvinklijstje
Er kan zomaar een spanning bestaan tussen het commerciële belang van de accountantsorganisatie en het streven naar kwaliteit en het centraal stellen van het publiek belang. Dat heeft mede geleid tot de rapporten van de Monitoring Commissie Accountancy (MCA), de aanbevelingen van de Commissie Toekomst Accountancy (CTA) en de daarop gebaseerde recente maatregelen van minister Hoekstra van Financiën. Centraal hierin staat het streven naar verbetering van de kwaliteit van accountantscontroles. 

In lijn met de CTA moeten er volgens Hoekstra criteria worden ontwikkeld om de kwaliteit te meten, zogeheten audit quality indicators. "Een prima voornemen", vindt Ouwejan. "Het is goed dat wordt gepoogd kwaliteit meetbaar te maken. Door de kwaliteitsindicatoren, maak je dit abstracte begrip tastbaar. Het is dan duidelijker wat er mee wordt bedoeld en waaraan je dient te voldoen."

"Tegelijkertijd schuilt hier ook een gevaar in", waarschuwt hij. "Namelijk het gevaar dat (sommige van) deze indicatoren te ver weg komen te staan van kwaliteit, waardoor schijnzekerheid ontstaat. Daarnaast moet het ook niet verworden tot weer een afvinklijstje wat wordt afgewerkt om maar aan externe eisen te voldoen. Op dit terrein is er voor de hele beroepsgroep nog wel wat werk te verzetten. Daarbij zou het goed zijn als de AFM in haar toezicht mee groeit met de ontwikkeling van de audit quality indicators.”

Commercie en kwaliteit
“Een accountantskantoor is een commerciële organisatie. Dat kan best hand in hand gaan met een streven naar hoge kwaliteit en een strakke focus op het publiek belang. De rapporten van MCA en CTA laten echter zien dat dit niet automatisch goed gaat. Accountantsorganisaties lieten niet altijd een kwalitatief goede controle prevaleren boven commerciële overwegingen.”

“Overigens is er niets mis met commerciële overwegingen. Mits die maar geen druk leggen op de kwaliteit van het geleverde werk. Tegelijk ontstaat er wel gemakkelijk een spanning tussen commercie en kwaliteit en tussen klantbelang en publiek belang. Mooi om te zien hoe er in accountantsorganisaties op dit terrein veel verandert. Hoe er nog bewuster werk wordt gemaakt van kwaliteit en hoe er werk wordt gemaakt van de ‘opvoeding’ van de klant en dat de optie om afscheid te nemen van een klant een echte optie is. Goed zijn voor de klant heeft een nadrukkelijke grens.”

Volgens Ouwejan is het ook mooi om te zien hoe in sommige kantoren de ‘tone at the top’ wordt gebruikt om ‘the smell of the place’  te beïnvloeden. “Zo zijn er bestuurders die regelmatig met young profeessionals rond de tafel gaan zitten. Daar wordt dan niet een besluit gepresenteerd. Daar wordt door het bestuur vooral geluisterd naar wat er speelt en wat beter kan, wat dan wordt meegenomen in betere besluitvorming. Complimenten! Een ander voorbeeld: er zijn kantoren die jaarlijks één of meer momenten prikken om de fouten te bespreken die er in het seizoen zijn gemaakt. De bestuurder trapt af met de fouten van hemzelf. Dit alles niet ‘ter vermaeck’ maar wel ‘ter leeringhe’. Chapeau!”

Beide voorbeelden laten volgens Ouwejan zien hoe je een cultuur smeedt waar alles kwaliteit ademt en waar bewustzijn van het publieke belang voelbaar is. “En waar, by the way, ook nog steeds goed geld wordt verdiend.”

Moreel leiderschap
"Er zijn dus allerlei signalen dat het de goede kant op gaat met de accountancy. Waar aandacht voor wordt gevraagd door MCA en CTA is hoe de kwaliteitsverbetering wordt doorgezet en vooral ook wordt geborgd.” Alleen: hoe voorkom je dat dit allemaal weer verdwijnt als de (publieke) aandacht ervoor verslapt?

Ouwejan pretendeert niet het briljante inzicht te hebben. “Toch valt er wel wat van te zeggen. Wij lopen een beetje het risico rond deze dingen terecht te komen in de risico-regel-reflex. Zo van: er gaat iets fout (regel overtreden) en dan voeren we nieuwere of strakkere regels in.” 

Vooropgesteld, aldus Ouwejan, zijn regels nodig en zinvol. Regels corrigeren en scheppen helderheid. Maar met regels alleen ben je er niet. Hij citeert Alex Brenninkmeijer, die heeft gezegd dat het toevoegen van zekerheid aan het systeem voor een belangrijk deel is verbonden aan waarden (ethos) en niet aan regels (logos). Maar: “Naast de regelgeving is de innerlijke waardenoriëntatie van de accountant erg belangrijk. Vanuit die waardenoriëntatie ontstijg je discussies of kom je verder in discussies over of het nu wel of niet (of nog net wel) mag volgens de regels. Die waardenoriëntatie is als het goed is ook de basis van het professional judgement van de accountant.
Uitsluitend een focus op regels brengt een afvinkcultuur voort met accountants die leren een kunstje te doen. Een focus op waarden, binnen de kaders van de regels, schept een cultuur waar accountants vanuit hun vakmanschap van betekenis zijn en zo waarde toevoegen.”

Om de cirkel van dit gesprek rond te maken, komen we weer bij de audit quality indicators. “Die zijn zinvol als ze de accountant helpen en ondersteunen in zijn oriëntatie op waarden binnen de geldende wet- en regelgeving. Maar niet erg effectief als ze uitsluitend een focus brengen op regels waaraan via een afvinksysteem kan worden voldaan. Als het gaat om het borgen van een op kwaliteit gerichte cultuur hebben de mannen en vrouwen die leidinggeven hierin een voorname rol. Zij zijn in hun werk en hoe zij dat vormgeven immers een rolmodel voor aanstormend accountant talent. En een integere, op kwaliteit gerichte houding is gelukkig erg besmettelijk.”

Gerelateerde artikelen