Accountant opnieuw berispt

Het was de tweede tuchtzaak die draaide om het faillissement van robotontwikkelaar InMotion BV en Goedlicht Holding.

Zaaknr. 18/999

Het betreft deze zaak:
[25-03-2019] Opnieuw klacht over vermeende beleggingsfraude

Eerder over deze zaak verschenen: 

[30-06-2017] 'Accountant wist van keiharde beleggingsfraude'
[22-12-2017] Accountant meldde ongebruikelijke transactie niet

Na al eerder te zijn berispt in de zaak rond het faillissement van twee ondernemingen in het zuiden van het land heeft een accountant opnieuw deze maatregel opgelegd gekregen. Wel zijn de klachten deels niet-ontvankelijk verklaard omdat die te zeer lijken op de klachten die in de eerdere zaak al aan de Accountantskamer zijn voorgelegd. Dat blijkt uit het oordeel van de tuchtrechter. 

De zaak draaide om het faillissement van robotontwikkelaar InMotion BV en Goedlicht Holding. InMotion gaf voor meer dan een half miljoen euro aan obligaties uit. Een groot deel ervan werd bekostigd door drie klagers die de accountant in 2017 al voor de tuchtrechter sleepten. Kapitaal van InMotion werd overgeheveld naar Goedlicht Holding en beide vennootschappen gingen eind 2015 failliet. 

Hier was sprake van zogeheten ponzifraude: geld uit leningen werd gebruikt om andere leningen af te betalen, niet om de beloofde investeringen te doen. Vergelijkbaar met een piramidespel dus. De accountant meende dat hij geen melding van ongebruikelijke transacties hoefde te doen. De Accountantskamer en later het College van Beroep voor het bedrijfsleven gaven hem ongelijk. De accountant werd berispt.

Lees ook: Accountant vertrekt 'en neemt klanten mee'

Maar vervolgens stapte een nieuwe investeerder naar de tuchtrechter, gevolgd door een tweede en derde. Nu stonden niet de perikelen binnen InMotion maar die binnen Goedlicht Holding centraal. En dat maakt dat het niet om dezelfde feiten gaat, zo vonden de klagers. De beklaagde accountant meende dat de klacht strijdig was met het beginsel dat iemand niet twee keer voor hetzelfde veroordeeld kan worden. Voor een deel heeft hij hierin gelijk, oordeelde de Accountantskamer. Niet bewezen is dat de beklaagde op de hoogte was van dubieuze transacties en daarom een FIU-melding had moeten doen. 

De Accountantskamer was het wel eens met klagers dat de accountant zijn werk voor deze opdrachtgever eerder had moeten beëindigen. De accountant handelde daarnaast in strijd met het fundamentele beginsel van integriteit door aanwezig te zijn bij overleg van de verkoop van een van de bedrijven. Die onderneming had dezelfde bestuurder als het bedrijf waarvan de accountant vermoedens had van ponzifraude, bleek uit een eerdere brief. Door zijn aanwezigheid bij het verkoopoverleg “heeft betrokkene naar potentiële investeerders vertrouwen gewekt, welk vertrouwen op dat moment niet op zijn plaats was'', zo meent de tuchtrechter.

De accountant werd in december 2017 al berispt. Als beide tuchtklachten tegelijk behandeld waren, was de maatregel veel hoger geweest. De tijdelijke doorhaling voor de duur van een maand was dan passend geweest, aldus de Accountantskamer. “Nu echter voor een deel van dit feitencomplex reeds een onherroepelijke, en dus in het accountantsregister opgenomen maatregel is opgelegd, dient volgens de Accountantskamer in deze tweede klachtzaak te worden volstaan met eveneens de maatregel van berisping.''

Auteur: Michiel Satink / Juridisch Persbureau Zwolle

Gerelateerde artikelen