Tuchtcollege legt gewaarschuwde AA na nieuwe klacht geen zwaardere maatregel op

De Accountantskamer heeft een AA die eerder een waarschuwing kreeg opgelegd na een nieuwe klacht in dezelfde zaak niet extra bestraft. De klacht is weliswaar deels gegrond, maar niet ernstig genoeg om de maatregel te verzwaren.

Door Jan Smit

Zaaknr. 23/760

Wij schreven eerder over deze zaak: https://accountantweek.nl/artikel/tuchtzaak-klagers-dagen-gewaarschuwde-accountant-opnieuw-voor-tuchtrechter/

Zie ook: https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2021/ECLI_NL_TACAKN_2021_79

De zaak draait om een echtscheiding. De man stond met een bakkerskraam op de markt. Die zat in een BV. Deze viel onder een holding waarvan de man eveneens eigenaar was. De vrouw, tevens een van de klagers, samen met haar vader, deed de administratie van de BV. Zij was bij de onderneming in dienst en stond op de loonlijst.

Begin 2018 beëindigden de man en de vrouw hun relatie. Zij hadden vier kinderen en een samenlevingsovereenkomst.

Over de hoogte van de kinderalimentatie ontstond onenigheid. Dat resulteerde begin maart 2021 onder meer in een rechtszaak, gevolgd door een hoger beroep.

Voorafgaand aan de rechtszaak vroeg de man de AA, zijn accountant, zijn vermogenspositie plus de schulden in de BV en de holding op basis van de jaarcijfers 2018 en 2019 en de conceptcijfers 2020 in kaart te brengen. Op die manier wilde de man inzicht krijgen in zijn prive-vermogen. De accountant aanvaarde die opdracht en stelde verscheidene documenten op.

De man bracht deze documenten in bij de civiele zaak. De vrouw, die deze informatie vooraf kreeg toegemaild, zocht daarop samen met haar vader contact met de AA. Ze wilden weten of de accountant de stukken daadwerkelijk had opgesteld. De AA beaamde dit. Vader en dochter dienden daarop een klacht in bij het accountantskantoor.

Objectiviteit te grabbel

Bij de behandeling van die eerste klacht uit 2021 verkondigde de AA dat hij de opdracht had aangenomen in de verwachting dat de informatie slechts als basis zou dienen bij een schikking tussen klaagster en zijn client.

Maar volgens de Accountantskamer had de AA kunnen en moeten bevroeden dat de door hem verstrekte info een rol zou gaan spelen in de juridische procedures en dat hij daardoor zijn objectiviteit te grabbel gooide. Immers, hij wist van beëindigde relatie. Bovendien had de man gevraagd hem de documenten nogmaals te sturen, maar dan op briefpapier van het kantoor en voorzien van een handtekening. Een verzoek waaraan de AA voldeed. Ook had de accountant nadrukkelijk op de documenten moeten vermelden dat deze alleen voor intern gebruik waren.

Bij de tweede klacht draaide het vooral om de door de AA samengestelde jaarrekening 2020 van de holding. Die bevat volgens klagers onjuistheden. Het gaat daarbij onder meer om de verloning. Ook zijn na de liquidatie van de BV niet alle resterende balansposten overgenomen en stroken cijfers in de toelichting niet met die in de jaarrekening.

Dit laatste klachtonderdeel is wat de Accountantskamer betreft gegrond en in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Echter, dit verwijt is volgens de tuchtrechters te licht om de eerder opgelegde waarschuwing te verzwaren.

 

 

Gerelateerde artikelen