Ziekenverzorgster die AWBZ-zorg verleent is geen ondernemer

De inkomsten die een ziekenverzorgster die AWBZ-zorg verleent uit werkzaamheden bij een drietal instellingen heeft genoten, vormen geen winst uit onderneming. Aldus oordeelde Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden onlangs in hoger beroep.

Een vrouw was in 2011 werkzaam als ziekenverzorgende en verleende thuiszorg in natura. Zij verrichtte deze werkzaamheden door tussenkomst van drie instellingen. De werkzaamheden zijn uitsluitend (rechtstreeks) gefinancierd op grond van de AWBZ.
De ziekenverzorgster heeft in 2011 een bruto resultaat uit deze werkzaamheden genoten van € 28.135. Daarnaast heeft zij in 2011 voor een bedrag van € 14.826 inkomsten uit dienstbetrekking genoten.

In geschil is of de voordelen die de ziekenverzorgster uit de werkzaamheden bij de drie instellingen heeft genoten, eventueel met een beroep op het vertrouwensbeginsel dan wel het gelijkheidsbeginsel, winst uit onderneming vormen.

Tussen partijen is in wezen in geschil of het beroep van ziekenverzorgende voor zover het deze werkzaamheden betreft (voldoende) zelfstandig wordt uitgeoefend. Op de vrouw rust, tegenover de gemotiveerde weerspreking door de Inspecteur, de last de stelling aannemelijk te maken dat zij de werkzaamheden zelfstandig en voor eigen rekening verricht en daarbij ondernemersrisico loopt. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden is zij daarin niet geslaagd.

Aan de verstrekte VAR-wuo kan de ziekenverzorgster geen in rechte te beschermen vertrouwen ontlenen omdat zij het aanvraagformulier voor de VAR op essentiële onderdelen onjuist heeft ingevuld. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen omdat geen van de door de ziekenverzorgster opgevoerde personen onder de Inspecteur ressorteren.

 

(Bron: Fiscanet)

Gerelateerde artikelen