Vijf jaar doorhaling voor AA wegens valse aangifte IB

Opvallend hoge bedragen aftrekken aan hypotheekrente zonder bewijs daarvoor.

Een accountant die jarenlang zelf de grenzen van de belastingregels opzocht – en daar ruim overheen ging – is hard teruggefloten door de Accountantskamer. De maatregel is stevig: vijf jaar doorhaling.

Het begon met een signaal van de Belastingdienst. Die zag dat de AA in meerdere jaren opvallend hoge bedragen aan hypotheekrente aftrok, zonder dat daar overtuigend bewijs voor was. Het ging niet om kleine verschillen: over de jaren 2014, 2015 en 2016 trok hij in totaal bijna 40 duizend euro aan rente af, en in 2017 nog eens ruim 11 duizend euro. Daarbovenop bracht hij ook duizenden euro’s aan premies voor inkomensvoorzieningen in mindering.

 Toen de Belastingdienst om onderbouwing vroeg, bleek die er nauwelijks te zijn. Voor een groot deel van de opgevoerde rente kon de accountant het bestaan van de onderliggende leningen niet aannemelijk maken.

Navorderingsaanslagen opgelegd
De fiscus greep in, corrigeerde de aangiften en legde navorderingsaanslagen op. Daarbij oordeelde de fiscus ook dat er sprake was van (voorwaardelijke) opzet: de accountant had moeten weten dat zijn aangiften niet klopten.

 De AA vocht dat aan, eerst bij de rechtbank, daarna in hoger beroep. Zonder succes. Beide instanties gaven de Belastingdienst gelijk. Daarmee stond vast dat hij onjuiste aangiften had ingediend en dat hem dat ook te verwijten viel.

Over en weer geld geleend
Opvallend is hoe de accountant zelf zijn werkwijze omschreef. Hij sprak van een ‘constructie waarbij geld over en weer is geleend, uitgevoerd met ‘gesloten beurzen’. Met andere woorden: er kwamen geen echte geldstromen aan te pas en er waren geen stukken die de leningen konden onderbouwen.

Achteraf noemde hij het ‘dom en ondoordacht’. Maar dat inzicht kwam laat. In de tussentijd had hij de constructie wel jarenlang toegepast én juridisch verdedigd.

De maat is vol
Voor de Accountantskamer was de maat vol. Van een accountant mag worden verwacht dat hij juist ook in privézaken de regels naleeft, zeker als het gaat om belastingaangiften waarbij zijn vakkennis een rol speelt. Het indienen van zo’n aangifte wordt gezien als een professionele dienst. En daar horen de fundamentele beginselen bij: integriteit en professionaliteit.

 Volgens de tuchtrechters heeft de accountant die beginselen duidelijk geschonden. Hij claimde structureel aftrekposten zonder onderbouwing en ging daar meerdere jaren mee door. Daarmee handelde hij niet alleen onjuist, maar bracht hij ook het vertrouwen in het beroep schade toe. Dat weegt zwaar, juist omdat accountants een voorbeeldfunctie hebben.

In eerste instantie buiten schot
De accountant stond sinds 1999 ingeschreven in het register, maar liet zich eind 2020 op eigen verzoek uitschrijven. Dat leek hem in eerste instantie buiten schot te houden. Maar de Accountantskamer kan  ook oud-accountants nog een maatregel opleggen, om te voorkomen dat iemand later weer zonder consequenties terugkeert in het beroep.

De maatregel betekent in dit geval dat de accountant zich vijf jaar lang niet opnieuw kan inschrijven. Die termijn is niet toevallig gekozen. De Accountantskamer noemt het handelen ‘uiterst kwalijk’ en benadrukt dat de accountant handelde uit eigen financieel gewin. Hij probeerde te profiteren van een fictief opgevoerde aftrek en hield dat meerdere jaren vol.

Wat de zaak extra wrang maakt, is dat de accountant pas achteraf erkende dat het fout was. Hij nam geen initiatief om de onjuiste aangiften zelf te corrigeren en bleef zijn standpunt verdedigen tot en met het hof. Dat gebrek aan zelfinzicht en verantwoordelijkheid weegt mee in de zwaarte van de sanctie.

Gerelateerde artikelen