Verduistering door de accountant? ‘Nog geen kwartje onttrokken’

De accountant was zeven jaar penningmeester van stichting StadsGalerij uit Amersfoort.

Een accountant zou als penningmeester van een kunststichting in Amersfoort tienduizenden euro’s van de bankrekening van die stichting hebben uitgeleend. Hij zegt alles terugbetaald te hebben. “Er is nog geen kwartje onttrokken aan de stichting.”

“Dus u zegt: het klopt dat ik privé-uitgaven deed en betalingen zonder zakelijk karakter maar alles is terugbetaald, dus dan is het niet erg?”, vraagt een van de leden van de Accountantskamer aan de gedaagde accountant. Ze vat samen wat de beklaagde kort ervoor min of meer zei. Maar de accountant benadrukt: “Er is geen enkel kwartje onttrokken aan de stichting.”

Een lening verstrekken
“Maar als u 40.000 euro ten laste van de stichting aan een zakelijke relatie leent, dan is dat wellicht verduistering”, zegt de voorzitter voorzichtig.
De accountant: “Zo zie ik dat niet. Dat is een lening die ik zou mogen verstrekken.”

Aan het begin van de zitting maandag bij de Accountantskamer legt de voorzitter nog uit dat dit een betrekkelijk overzichtelijke klacht is. De accountant was zeven jaar penningmeester van stichting StadsGalerij uit Amersfoort. Nadat hij zijn vrijwillige functie bij de kunststichting neerlegde, ontstond er argwaan.

Privé-uitgaven ten laste van de stichting
Na onderzoek meent de stichting dat de accountant 22.000 euro aan privé-uitgaven deed ten laste van de stichting die hij nog moet terugbetalen. Maar gaandeweg de zitting blijkt de zaak veel groter. Er is met vele tienduizenden euro’s geschoven, zo stelt het stichtingsbestuur.

“Het bestuur had juist een accountant als penningmeester aangesteld en de leden mochten er op vertrouwen dat de administratie goed op orde was”, zegt de accountant die namens de stichting onderzoek deed. Maar een balans ontbreekt, er is geen deugdelijke administratie en er zijn dubieuze betalingen ontdekt.

Onbehoorlijk bestuur
De ex-penningmeester wordt onbehoorlijk bestuur verweten. “Privé-opnames behoort een accountant niet te doen. Er zijn tal van mutaties die niet door de beugel kunnen.”

Advocaat Allan van Hooijen benadrukt dat zijn cliënt zich zeven jaar lang onbezoldigd op vrijwillige basis heeft ingezet voor de stichting. “Het is voor hem onverteerbaar en zuur dat hij achteraf geconfronteerd wordt met de nu gemaakte verwijten. Het gaat om beweerdelijk onverklaarbaar geldverkeer en zelfs verduistering waarvan geen bewijzen zijn overgelegd.”

Gebaseerd op bankmutaties
Er ligt alleen een rapport van Break Even Consultancy dat is gebaseerd op de bankmutaties. Onderliggende gegevens heeft de verdediging niet gekregen, zegt de advocaat. “Er is geen enkel verifieerbaar of betrouwbaar document waarmee de stichting haar beschuldigingen onderbouwt. Waarom zijn die stukken niet gedeeld?”

Ook meent Van Hooijen dat de beklaagde zijn kennis en kunde als accountant niet heeft gebruikt. Dat maakt dat de klacht niet-ontvankelijk is, meent hij. “Bovendien is er ruim zeven jaar geen enkel verwijt gemaakt over het functioneren van de accountant als penningmeester. Het bestuur was tevreden over zijn verslaglegging.”

Diepgravender onderzoek nodig
Daarnaast blijkt dat eigenlijk diepgravender onderzoek nodig is, zo concludeerde de stichting, maar dat dit te kostbaar zou zijn. ,,Mijn cliënt wordt zonder deugdelijk onderzoek naar de slachtbank geleid.”

Dat de stichting de administratie niet heeft overlegd, ligt voor een groot deel aan de accountant zelf. De documenten stonden op zijn laptop maar die bleek door een virus besmet waarna hij de hele administratie als verloren moest beschouwen. Een back-up heeft hij nooit gemaakt.

Voorbeelden van betalingen
De Accountantskamer wil voorbeelden van betalingen die door de accountant in privé gedaan zouden zijn. “Er kwam een bon van de Gall & Gall voorbij voor de aankoop van wat flessen wijn. Nou, dat heb ik gewoon netjes terug betaald”, zegt de accountant. Er is voor zo’n 4.000 euro aan kleding gekocht in Parijs. Door hem?

De accountant moet het antwoord daarop schuldig blijven. “Maar stel dat dit wel zo uit de bankafschriften blijkt?” vraagt de voorzitter.
De accountant: “Dan is dat voor honderd procent terugbetaald.”

Feitelijk niets aan de hand
De accountant lijkt vooral aan te willen geven dat door alles terug te betalen, er feitelijk niets aan de hand is. Maar dan komt de lening van 40.000 euro aan een bevriende ondernemer aan bod. De voorzitter probeert zich voor te stellen wat hier gebeurd is. “Uw zakelijke relatie vraagt u: help me even, ik zit in zwaar weer. U heeft hem even geholpen. Is dat een foute gedachte?”

Dat vindt de accountant niet. Hij heeft het ‘even geleend’ en het geld is netjes terugbetaald. Als hem gezegd wordt dat dit niet door de beugel kan, beaamt hij dat.

Ruim een ton
Als ook blijkt dat er in een jaar mogelijk voor ruim een ton aan gelden van de stichting naar zijn accountantskantoor en terug is geschoven, blijven vragen hierover onbeantwoord. De tuchtrechter geeft beide partijen opgeteld acht weken de tijd om dit te verduidelijken. Daarna neemt de Accountantskamer zelf 12 weken de tijd om tot een uitspraak te komen.

Gerelateerde artikelen