Twee vennoten van een accountantskantoor beschuldigen voormalig kantoorgenoot van malversaties [15/822]

De mededeling van een accountantskantoor over het vertrek van een partner doet het ergste vermoeden. De betrokken accountant en zijn eveneens binnen de onderneming werkzame echtgenote zouden ‘wegens ernstige financiële malversaties en ernstige benadeling van ons kantoor’ het veld hebben moeten ruimen, zo liet het kantoor in een brief aan klanten weten. Dat doet denken aan een greep in de kas.
Winkel in winkel
Maar dat was helemaal niet aan de hand, zo bleek vrijdag bij de Accountantskamer waar de AA zijn twee voormalige collega’s van het kantoor aanklaagde. De beklaagden bedoelden met ‘malversaties’ dat de AA omzet zou onttrekken aan de onderneming, door een ‘winkeltje in een winkel’ te beginnen. Dat is overigens niet in rechte komen vast te staan. Het lijkt erop dat partijen nog een lange juridische weg te gaan hebben.

Rectificatie
De klager wil intussen het liefst een rectificatie om zijn naam te zuiveren, maar dat kan de tuchtrechter niet afdwingen. Wel kan de Accountantskamer oordelen over het gedrag van de accountants, een RA en een AA.  Wat betreft de klager zijn hun uitlatingen ‘een accountant onwaardig’.
De klager heeft zijn eigen zaak naar eigen zeggen verkocht voor twee ton aan het grotere kantoor van de andere twee. Hij bleef met zijn vrouw wel zijn vestiging bestieren op grond van een managementovereenkomst. Dat is uitgelopen op een enorm conflict en een persoonlijk drama. De echtelieden zijn bankroet, er is beslag gelegd op hun woning, en er wordt maar liefst 3,5 miljoen van het echtpaar geëist. ‘Ze maken ons financieel kapot’, brieste de geëmotioneerde klager. ‘En intussen betalen ze de huur van hun bedrijfspand niet, ondanks een uitspraak van de rechter. Ze wanen zich boven de wet.’
Leegloop
De beklaagden stellen dat ze de gewraakte brief de deur uit hebben gedaan om leegloop van het kantoor een halt toe te roepen. Ze merkten namelijk dat er klanten begonnen weg te lopen. Dat waren oorspronkelijk langjarige klanten van de klagende AA. ‘Zij klaagden over veel hogere tarieven voor salaris- en pensioenberekeningen’, zei de klager. ‘Om hen ten dienste te zijn heb ik ze verwezen naar een administratiekantoor.’
De Accountantskamer toonde zich in haar vraagstelling kritisch naar de bewoordingen die de beklaagden hebben gebruikt om hun clientèle op de hoogte te stellen van het vertrek van hun compagnon. ‘We hadden het gevoel dat we niet anders konden om het bloeden te stelpen’, reageerde een van de betrokkenen.
 
Vonnis
 
Twee vennoten van een accountantskantoor hebben een maatregel van de Accountantskamer aan de broek, omdat zij een voormalige kantoorgenoot ten onrechte hebben beschuldigd van malversaties. Ze deden dat in een brief aan een ‘aanzienlijke groep’ klanten, terwijl er geen enkele feitelijke onderbouwing voor is, oordeelt de tuchtrechter. Een RA krijgt een berisping, zijn collega, een AA, een waarschuwing omdat zijn rol minder groot was.
 
De klager was de oorspronkelijke eigenaar van het kantoor. Hij verkocht zijn aandelen in 2011 aan de twee betrokkenen, maar bleef er samen met zijn echtgenote nog wel werken. Twee jaar later strandde de samenwerking vanwege strubbelingen. Klanten kregen de gewraakte brief, waarin staat dat klager en zijn echtgenote vertrokken zijn. ‘Dat vanwege gebleken ernstige financiële malversaties en ernstige benadeling van ons kantoor.’
De opstellers van de brief bedoelden ermee dat de klager klanten in zou pikken en daarmee omzet aan het kantoor zou onttrekken. In een kort geding heeft de rechter geoordeeld dat er onvoldoende bewijs is dat de klager het concurrentiebeding uit de managementovereenkomst heeft geschonden. Er is geen hoger beroep in gesteld.
 
De Accountantskamer oordeelt dat het woord malversaties niet op zijn plaats was. ‘Dat impliceert immers dat er sprake is van verduistering van toevertrouwde gelden of van fraude.’ De twee accountants hadden kunnen volstaan met een verzoek om de relatie niet te verbreken of terug te keren.  Het verweer dat de verweten gedragingen niet onder het tuchtrecht zouden vallen, is verworpen. De Accountantskamer wijst er nog maar eens op dat het beginsel van integriteit onder meer inhoudt dat de accountant ‘eerlijk zaken doet en de waarheid geen geweld aan doet.’
 
[Door: Petra van Walraven / Juridisch Persbureau Zwolle ] 
Gerelateerde artikelen