AA: ‘RA heeft mijn leven kapotgemaakt’

Een RA, tevens mede-eigenaar van een accountantskantoor, heeft na het vertrek van een voormalige AA bij dit kantoor de goede naam van deze accountant stevig bezoedeld. Daardoor heeft de RA zijn leven geruïneerd, betoogde deze ex-AA maandag bij de tuchtrechter.

Door Jan Smit

Zaaknummer: 22/1675

Een emotionele zitting was het maandag bij de Accountantskamer. Klager was zicht- en hoorbaar gegriefd door de handelwijze van de RA en diens kantoor.

Dit in Gelderland gevestigde kantoor met drie vestigingen heeft een civiele zaak tegen de voormalige AA aangespannen. Hij zou in strijd met het relatie- en concurrentiebeding hebben gehandeld.

Klager, destijds nog ingeschreven, had een eigen accountants- en advieskantoor, maar wilde zich meer gaan richten op fiscaal advies. Hij voltooide daartoe een studie fiscaal recht en besloot te stoppen met de wettelijke controles. Die werkzaamheden droeg hij in 2017 over aan het kantoor dat de rechtszaak tegen hem heeft aangespannen. De RA was toen nog niet bij dit kantoor werkzaam. Ook liet hij zich uitschrijven als accountant.

Op 1 januari 2019 besloot hij zijn kantoor aan dit kantoor te verkopen. Klager zou zich bij dit kantoor gaan bezighouden met fiscaal advies.

April 2019 trad de betrokken RA toe tot dit kantoor, als mede-eigenaar en hoofd van de vestiging waar ook klager zijn werk verrichtte.

Volgens klager ging het toen vrij snel mis. “Hij maakte fouten, kreeg ruzie met cliënten en gooide de tarieven in een keer met 30 procent omhoog. Die cliënten spraken mij daarop aan”, aldus de voormalige AA, daarmee doelend op de betrokken RA. Klager kaartte dit aan bij de RA en de andere eigenaren van het kantoor, maar ving bot. De sfeer werd volgens klager zo slecht dat hij zich ziek moest melden en psychische hulp moest zoeken.

Uiteindelijk besloten partijen uit elkaar te gaan. Per 1 januari 2021 werd de arbeidsrelatie beëindigd. Ook gold er een relatie- en concurrentiebeding. Maar op 16 september 2022 kreeg klager ineens allemaal telefoontjes van voormalige klanten. Zij waren gebeld door de RA. Hij zou tijdens die gesprekken hebben gevraagd of klager nog voor hen werkte en zijn goede naam door het slijk hebben gehaald. Klager: “Hij – de RA, red. – wist dat deze klanten waren vertrokken en inmiddels een andere accountant hadden en beoogde met deze telefoontjes maar een ding: mij in diskrediet brengen.” Volgens klager handelde betrokkene daarmee in strijd met de gedragsregels voor professionaliteit en integriteit.

Ook zou de RA volgens klager hebben gelogen. Als ‘bewijs’ noemde hij de verklaring van de RA in de rechtbank dat hij bij zijn vorige werkgever om privéredenen zou zijn vertrokkenen, terwijl hij daar in werkelijkheid met problemen zou zijn opgestapt. Ook deze leugen valt de RA volgens klager tuchtrechtelijk aan te rekenen.

Dat laatste bestreed Femke Jansen, de advocaat van de RA. “Zo heb ik het niet begrepen. Als ik dit had geweten, was ik daar in het verweer ook op ingegaan”, reageerde zij.

Jansen sprak van een ‘emotioneel verhaal’ en noemde het bedenkelijk dat klager haar client wegzet als leugenaar en bedrieger. Aantijgingen die volgens haar slechts zijn gestoeld op aannames en in de tuchtzaak bovendien niet ter zake doen. “Waar het om gaat is het relatiebeding in combinatie met de beëindiging van de arbeidsrelatie. Daar zijn partijen het fundamenteel over oneens.”

Betrokkenen heeft volgens haar op 16 september 2022 inderdaad een aantal oud-klanten van het kantoor gebeld, aldus Jansen. Dat deed hij volgens de advocaat omdat hij in augustus een oud-klant sprak voor wie klager nog steeds werkzaamheden zou verrichten. In overleg met een advocaat besloot de RA daarop zijn oor ook te luister te leggen bij een aantal andere oud-klanten. Die telefoontjes hadden niet als doel klager in een kwaad daglicht te stellen, benadrukte Jansen. “Mijn client wilde alleen checken of klager zich wel had gehouden aan het relatiebeding.”

Dat laatste bestreed klager. In de verslagen die de ex-cliënten op zijn verzoek hebben gemaakt van de telefoongesprekken schildert de RA hem wel degelijk negatief af, aldus klager. Volgens de advocaat heeft haar client die bewoordingen nooit gebruikt.

De belronde op 16 september 2022 leverde de RA uiteindelijk niets op; het bleef bij de verklaring van de voormalige client die zich in augustus bij hem had gemeld. Voor de RA en zijn kantoor reden een civiele procedure tegen klager te beginnen.

“Een valse verklaring”, aldus klager. “Het gaat hier om een rancuneuze en gefrustreerde klant met een ‘specifieke persoonlijkheid’. Iemand die met iedereen ruzie maakt. Ik ken hem inmiddels zo’n twintig jaar. Na zijn scheiding is het verder bergafwaarts gegaan met hem. Hij daagt iedereen die hem niet bevalt voor de rechter.” Volgens klager was ook de RA hiervan op de hoogte.

De Accountantskamer wil binnen twaalf weken uitspraak doen.
 

Gerelateerde artikelen