Tuchtrechter berispt accountant voor niet erkennen controleplicht van klant
De jaarrekening van een groothandel die voor het tweede jaar op rij een middelgrote onderneming was, werd door een accountant samengesteld. Maar hij had de jaarrekening conform de regels moeten controleren. Voor die fout krijgt hij een berisping van de Accountantskamer.
Op het kantoor van de accountant werden in juli 2023 vier dossiers getoetst. De samenstellingsdossiers van een groothandel in machines en dat van een dakdekkersbedrijf waren onvoldoende. Het dossier van de dakdekker was door zijn broer behandeld, maar dat van de groothandel werd de betrokken accountant verweten. De groothandel was, op grond van de criteria activa-totaal en netto-omzet in 2022, voor het tweede jaar op rij een middelgrote onderneming. Dat betekent dat hij de jaarrekening niet mocht samenstellen, maar moest controleren.
Misverstand
Het niet onderkennen van de controleplicht raakt rechtstreeks de naleving van wet- en regelgeving”, zei advocaat Luc Franssen namens de NBA op de zitting eind vorig jaar. Volgens de accountant zelf was hier domweg sprake van een misverstand. “Dat als je twee jaar aan de criteria voldoet, dat je dan in het derde jaar controleplichtig bent”, zei de AA op de zitting. Na ontdekking van de fout, handelde hij volgens zijn advocaat adequaat. Samen met bureau Fiscount is een beoordeling gemaakt, is de klant geïnformeerd en is een controle-opdracht afgegeven. Ook wijzigde de accountant zijn werkwijze om dezelfde fout in de toekomst te voorkomen.
De Accountantskamer oordeelt dat de accountant de opdracht tot het samenstellen van de jaarrekening 2022 voor de groothandel niet had mogen aanvaarden. Hij had het management moeten melden dat een controle verplicht was. Als het management dat zou weigeren, had hij de samenstellingsopdracht niet moeten aannemen of moeten teruggeven.
Wijzen op de controleplicht
Hij wees het management niet op die controleplicht. Ook voldoet de samengestelde jaarrekening van deze onderneming niet ,,aan het toepasselijke stelsel van financiële verslaggeving”, aldus de tuchtrechter. Daarmee heeft hij niet vakbekwaam en zorgvuldig gehandeld.
Het kantoor kreeg aanvankelijk een B-oordeel omdat het kwaliteitssysteem van het accountantskantoor op onderdelen niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen. De Raad van Toezicht maakte daar een C-oordeel van omdat ze vaststelde omdat ze meent dat het kwaliteitssysteem zowel in opzet als in werking niet voldeed. In werking voldeed het stelsel van kwaliteitsbeheersing op het kantoor niet, zo oordeelt de tuchtrechter, maar dat geldt niet voor de opzet van het systeem. De tuchtrechter vindt niet dat de NBA ook dat feit voldoende aannemelijk heeft gemaakt.
Als de Raad voor Toezicht niet van het B-oordeel van de toetsers was afgeweken, dan had de accountant een verbeterplan mogen indienen. Die mogelijkheid is hem nu onthouden. Daar houdt de tuchtrechter rekening mee. Al met al komt de Accountantskamer uit op een berisping.