Tuchtrecht: beleggers verwijten accountant gebrek aan kritische houding

Destijds onvoldoende aanwijzingen voor aanvullende waarschuwingen.

Tientallen beleggers die miljoenen euro’s verloren met investeringen in beleggingsfondsen, hebben hun pijlen gericht op de controlerend accountant, tevens partner bij KPMG. Bij het tuchtcollege betoogden zij dat hij jarenlang onvoldoende kritisch is geweest, ondanks signalen van de AFM over de fondsbeheerder.

De tuchtzaak volgt op een civiele procedure waarin de rechter in 2025 oordeelde dat KPMG niet aansprakelijk was voor de verliezen van beleggers. In het tuchtrecht draait het om de vraag of de accountant heeft gehandeld zoals van een zorgvuldig beroepsbeoefenaar mag worden verwacht.

 Signalen niet serieus genomen
Volgens de klagers is dat niet het geval. Hun advocaat Rik Sieben schetste tijdens de zitting een beeld van een accountant die signalen van de toezichthouder onvoldoende serieus nam. Al in december 2017 kondigde de AFM een onderzoek aan naar de beheerder van de fondsen, De Veste. In de periode daarna volgden signalen over governance-problemen en twijfelachtige transacties rond de jaarafsluiting.

 Toch bleven de controleverklaringen bij de jaarrekeningen 2017 en 2018 ongewijzigd goedkeurend. Volgens de beleggers had dat niet gemogen. Zij wijzen onder meer op een door de AFM gesignaleerde transactie waarbij een bedrag van 350.000 euro tijdelijk uit de onderneming werd gehaald en vlak voor het einde van het boekjaar werd teruggestort. Kort daarna verdween het bedrag opnieuw.

Illustratief voor de risico’s
Voor de beleggers is dat illustratief voor de risico’s die speelden. “Juist bij dit soort signalen moet een accountant extra kritisch zijn,” stelde Sieben. In zijn visie had de accountant dieper onderzoek moeten doen.

 Dat geldt volgens de klagers ook voor de zekerheden onder de beleggingen. Die bestonden grotendeels uit pandrechten op onderliggende leningen. Volgens hen waren die in feite weinig waard, omdat terugbetaling afhankelijk was van dezelfde kasstromen. Een grondiger analyse had dat volgens hen aan het licht kunnen brengen.

Onderzoek op de fondsbeheerder
De verdediging bestrijdt dat de accountant steken heeft laten vallen. Advocaat Simone Hoogeveen benadrukte dat het AFM-onderzoek zich richtte op de fondsbeheerder en niet op de fondsen zelf. De bevindingen uit 2017 en 2018 hadden volgens haar geen directe invloed op de financiële positie van de fondsen en hoefden daarom niet te worden verwerkt in de controleverklaringen.

 Ook wijst zij op het risico van oordelen met kennis achteraf. De accountant zou de destijds beschikbare informatie zorgvuldig hebben beoordeeld en geen aanleiding hebben gezien voor aanvullende controlewerkzaamheden.

Informatiepositie van de accountant
Een belangrijk punt van discussie is de informatiepositie van de accountant. Hij stelde dat hij niet tijdig op de hoogte was van de aankondiging in mei 2019 dat de AFM de vergunning van de beheerder wilde intrekken. Ook het conceptrapport dat kort daarna verscheen, zou niet met hem zijn gedeeld.

 De tuchtrechters gingen daar uitvoerig op in. In hoeverre mag een accountant vertrouwen op de informatie die hij krijgt, en wanneer moet hij zelf verder doorvragen? De voorzitter confronteerde beide partijen met dat spanningsveld en vroeg zich hardop af in hoeverre het redelijk is om de accountant iets te verwijten dat hem niet is gemeld.

Actiever informeren
Volgens de klagers ontslaat dat hem niet van zijn verantwoordelijkheid. Zij wijzen erop dat hij wist dat er een AFM-onderzoek liep en dat hij daarom actiever had moeten informeren naar de voortgang en uitkomsten. In hun visie had dat eerder moeten leiden tot een andere controleaanpak of expliciete waarschuwingen.

De accountant zelf gaf aan dat hij bij aanvang van de opdracht in 2017 wel degelijk signalen heeft meegewogen. Hij trof een organisatie die bezig was met een professionaliseringsslag en waarin eerder door de toezichthouder verbeteringen waren geëist. Die context vormde voor hem geen reden om de opdracht te weigeren.

Paragraaf over een materiële onzekerheid
Pas na het definitieve AFM-rapport eind 2019 veranderde de situatie. Toen werden aanvullende maatregelen genomen, waaronder het inschakelen van specialisten en het opnemen van een paragraaf over een materiële onzekerheid rond de continuïteit in de controleverklaring over 2019. Volgens de accountant handelde hij daarmee in lijn met de geldende regels.

De beleggers zien dat anders en leggen een direct verband tussen het handelen van de accountant en hun verliezen. Hun advocaat stelde dat de uiteindelijke liquidatie van de fondsen en het verlies van de inleg mede het gevolg is van het uitblijven van tijdige signalering.

In de eerdere civiele zaak ging de rechter daar niet in mee. Die oordeelde dat de accountant zijn controleplicht niet had geschonden en dat er destijds onvoldoende aanwijzingen waren voor aanvullende waarschuwingen. Ook werd benadrukt dat de verantwoordelijkheid voor het beleggingsbeleid en de informatievoorziening primair bij de fondsbeheerder lag.

De Accountantskameer hoopt binnen twaalf weken uitspraak te doen.

Gerelateerde artikelen