Start-ups vrezen afhaken investeerders door vermogensaanwasbelasting

Fiscale ingreep 2028 maakt jonge groeiers financieel onaantrekkelijk.

De nervositeit komt voort uit een wetsvoorstel dat de Tweede Kamer eerder deze maand heeft aangenomen. Die vernieuwt de manier van belastingheffing op inkomsten uit sparen en beleggen, in fiscaal jargon box 3. Nu gebeurt dat op basis van een fictief rendement, maar de Hoge Raad heeft in 2021 een streep gezet door deze manier van werken.

In plaats daarvan komt per 2028 een systeem waarin de Belastingdienst het werkelijke rendement op inkomsten uit sparen en beleggen tegen een tarief van 36 procent belast. Daaronder valt ook de papieren waardestijging van aandelen, schrijft het FD.

De belastinghervorming raakt medewerkers of vroege investeerders die minder dan 5 procent van de aandelen in een bedrijf hebben, schrijft het FD. Grotere belangen vallen in box 2, waar belastingheffing pas plaatsvindt bij het verzilveren van de aandelen.

Dat is ingewikkeld voor vroege investeerders en werknemers van snelgroeiende bedrijven, zegt fiscalist Bas Jorissen van Archipel Tax Advice tegen het FD. Aandelen van jonge bedrijfen kunnen enorm in waarde stijgen, maar niet gemakkelijk te verkopen zijn. Het gevolg is dat de eigenaren van aandelen in start-ups of scale-ups de belasting uit hun spaargeld moeten betalen, of daarvoor zelfs geld zouden moeten lenen.

Ook in de huidige situatie (met een ‘fictief’ rendement) moeten mensen met aandelen in snelgroeiende bedrijven daarover belasting betalen. Maar In het nieuwe systeem zijn de absolute bedragen veel hoger.

Een andere zorg bij jonge bedrijven is dat de waarderingen van jonge bedrijven sterk kunnen pieken en hard kunnen neergaan. Zelfs na hoge waarderingen kan alsnog een faillissement volgen. Aandeelhouders hebben dan wel belasting moeten betalen over de aanvankelijke waardestijging.

Gerelateerde artikelen