‘RA plaatst zich boven de wet in ruzie rond een molen’

Aaccountant raakt als bestuurder van een stichting betrokken bij een geschil.

In zijn rol als penningmeester van een stichting heeft een RA een vonnis van een rechtbank naast zich neer gelegd. Hij is valse facturen blijven sturen en gijzelt door zijn eeuwige ontwrichtende acties al bijna vier jaar  zowel het bedrijf van klager als klager zelf en diens gezin in prive. Daarmee schendt de accountant zijn beroepsethiek, aldus klager.

De accountant, werkzaam als universitair docent, is als vrijwilliger penningmeester bij een stichting die verantwoordelijk is voor het behoud en het operationeel houden van een molen in een dorp op de Veluwe. Klager exploiteert een koffie- en theehuis in de molen. Hij huurt hiervoor ruimte van de stichting.

Koffie- en theehuis als huurder
Tussen de stichting en de uitbater botert het al jaren niet. Volgens klager is dit verergerd sinds de accountant in 2022 als penningmeester is toegetreden tot het bestuur. Sindsdien heeft hij het koffie- en theehuis als huurder al twee keer voor de rechter gedaagd. Rechtszaken die de RA volgens klager initieerde en waarin hij fungeerde als spreekbuis.

In beide zaken trok de stichting aan het kortste eind. In de tweede zaak heeft de rechter volgens klager bepaald dat de eisen en vorderingen van de stichting zijn afgewezen. Een vonnis dat nadien niet is aangevochten of betwist.

Dreigen met incasso’s
Desondanks blijft hij klager “valse facturen” sturen en “dreigt hij met incasso’s en buitenrechtelijke kosten als deze niet worden betaald”. Hij legt daarmee “willens en wetens het vonnis van de rechter naast zich neer en houdt zich bewust niet aan de fundamentele beginselen van zijn professie”.

Ook stuurt de accountant klager mailtjes in de persoonlijke sfeer met de teksten als “de enige samenwerking die hij met ons ziet in de toekomst is met ons in de schuldsanering”. Daarnaast stelt hij klager en zijn gezin “bewust en opzettelijk” bij onder anderen sponsoren, dorpsbewoners en het gemeentebestuur in een kwaad daglicht door op de website van de stichting en in het jaarverslag te melden dat er een huurachterstand is.

Uberhaupt niet geoordeeld
Klachten waarin de RA zich niet herkent, reageerde Karen Harmsen, diens advocaat. Anders dan klager stelt, is het niet de penningmeester, maar de stichting die de rechtszaken heeft aangespannen.

Ook heeft de voorzieningenrechter in de tweede procedure volgens haar niet geoordeeld dat klager niets verschuldigd zou zijn aan de stichting, maar dat de vordering op grond van de huurovereenkomst niet in kort geding kan worden toegewezen. “Over de gegrondheid is uberhaupt niet geoordeeld.” Van het “naast zich neerleggen” van het oordeel door de RA is volgens Harmsen dan ook geen sprake.

Gegrondheid van vorderingen
Dat de uitspraak van de voorzieningsrechter niets zegt over de gegrondheid van de vorderingen, werd door de voorzitter van het tuchtcollege – zelf rechter – beaamd. “Het is slechts een voorlopig oordeel. Als de stichting vervolgens zegt: wij vinden het toch gegrond, u moet toch betalen, dan kan dat.”

De accountant zit met de kwestie behoorlijk in zijn maag, stelde hij in zijn slotwoord. Temeer omdat hij de bestuurders ook prive problemen zou hebben bezorgd door hun werkgevers hierover te informeren.

De Accountantskamer hoopt binnen twaalf weken uitspraak te kunnen doen.

Gerelateerde artikelen