Update: geen rechtsherstel voor niet-bezwaarmakers box 3

De Minister biedt géén rechtsherstel voor de niet-bezwaarmakers box 3. Is dit dan einde verhaal voor hen?

Door mr. C.E. van Dijk

Op 24 december 2021 heeft de Hoge Raad in het zogenoemde Kerstarrest geoordeeld dat de manier waarop vermogen in box 3 vanaf 2017 werd belast in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De ongeveer 60.000 mensen die bezwaar hebben gemaakt over de belastingjaren 2017-2020 krijgen rechtsherstel.

De vraag die de gemoederen lange tijd bezighoudt is of ook rechtsherstel wordt geboden aan de zogenoemde niet-bezwaarmakers. Op 20 mei 2022 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat dit niet hoeft. Het is vervolgens aan de Minister van Financiën om anders te bepalen. Ondanks dat vorige week naar aanleiding van de uitlatingen van de Staatssecretaris van Financiën enig uitzicht voor gedupeerden was ontstaan, is met Prinsjesdag duidelijk geworden dat de Minister géén rechtsherstel gaat bieden voor de niet-bezwaarmakers box 3. Is dit dan het einde van het verhaal voor de niet-bezwaarmakers, of zijn er toch nog mogelijkheden? 

De uitlatingen van de Staatssecretaris van Financiën  
Even leek het erop dat de Minister van Financiën alle gedupeerden zou gaan compenseren. Staatssecretaris van Financiën Van Rij was op 14 september 2022 te gast in de podcast Betrouwbare Bronnen. Daar werd hem de volgende vraag gesteld:

Wat gebeurt er als je geen bezwaar hebt gemaakt? Van Rij antwoordde: 

“Daar heb ik vier scenario’s voor aan de Tweede Kamer gestuurd. Of je vergoedt iedereen, dat kost tussen de vier à zeven miljard. Of je doet niks, omdat diezelfde Hoge Raad op 20 mei jl. gezegd heeft dat als je geen bezwaar hebt gemaakt op tijd dan heb je eigenlijk rechtens je kans laten lopen. Maak ik één kanttekening bij: iedereen heeft op basis van de wet de mogelijkheid om een verzoek tot ambtshalve vermindering in te dienen van zijn aanslag als het belastingjaar niet langer is dan vijf jaar geleden. Wat wil dat zeggen? We praten hier over het laatste jaar 2017. Iedereen heeft tot 31 december 2022 de mogelijkheid om een verzoek tot ambtshalve vermindering in te dienen. Dan zal die wel moeten aantonen – en dan ligt de verantwoordelijkheid bij de belastingplichtige – dat zijn werkelijk rendement lager was dan het forfaitair rendement.”

De interviewer vraagt Van Rij vervolgens nog of de Staatssecretaris dan al die spaarders hierover een briefje moet sturen. Van Rij geeft hierop aan dat hij daar niet op vooruit gaat lopen, omdat met Prinsjesdag hierop wordt teruggekomen. Hij geeft aan de wet uit te leggen. Hij geeft ook nog aan dat die berekening niet zo ingewikkeld is en dat als je hulp nodig hebt bij dat getal, het zo te organiseren is. 

Kortom: Als een belastingplichtige kan aantonen dat te veel spaartaks is betaald, dan kan een verzoek tot ambtshalve vermindering worden gedaan en kan de Belastingdienst die te veel betaalde belasting dus teruggeven. 

Kamerbrief met toelichting besluit niet bezwaarmakers box 3
De verwachting die hierdoor bij de niet-bezwaarmakers is ontstaan is met de kamerbrief van 20 september 2022 in één klap weggevaagd. Nog geen week na de uitlatingen in de podcast schrijft Van Rij in de kamerbrief: 

“Belastingplichtigen kunnen dus nog steeds een verzoek indienen tot ambtshalve vermindering. Deze verzoeken zullen echter worden afgewezen, conform het arrest van de Hoge Raad.” 

Volksverlakkerij is het niet, immers Van Rij heeft in de podcast geen onwaarheden verteld. Maar fraai vind ik het bieden van valse hoop allerminst. 

Einde verhaal voor de niet-bezwaarmakers?
Het lijkt er (vooralsnog) dus op dat een verzoek tot ambtshalve vermindering weinig zal uithalen. Al hangt de hoop voor de niet-bezwaarmakers aan een zijden draadje, het is nog niet volledig verloren. Een voorbeeldbrief voor een verzoek tot ambtshalve vermindering treft u daarom hier aan.

Zoals ik in een eerdere blog ook al schreef, moet het debat met de Tweede Kamer nog plaatsvinden. Daarna vindt pas de definitieve besluitvorming plaats. In het afgelopen jaar bleek in de Tweede Kamer in ieder geval steun te bestaan voor een of andere vorm van rechtsherstel voor trouwe, niet bezwaar makende burgers. 

Mocht overigens de Tweede Kamer geen soelaas bieden, dan biedt het civiele recht mogelijk nog een oplossing. Een civiele rechter kan de box 3-heffing namelijk nog terugdraaien door de formele rechtskracht te doorbreken. Er zijn hiervoor verschillende redenen aan te dragen. Let wel: het voeren van een civiele procedure kost veel tijd en geld, waarbij de uitkomst onzeker is. 

Conclusie
In een eerdere blog schreef ik al dat ik de indruk had dat Van Rij weinig trek had in een tegemoetkoming voor de niet-bezwaarmakers. Met Prinsjesdag is – helaas – duidelijk geworden dat die indruk juist was. Ook al voelt het onrechtvaardig, het kabinet wil geen géén rechtsherstel bieden voor de niet-bezwaarmakers. Echter: het debat met de Tweede Kamer moet nog altijd plaatsvinden. De hoop voor de niet-bezwaarmakers is dus nog niet volledig verloren. 

Mr. C.E. (Carlijn) van Dijk (1985) is sinds 2017 advocaat bij Jaeger Advocaten-belastingkundigen. Zij is gespecialiseerd in het fiscaal recht.
 

Gerelateerde artikelen