Hoge Raad draait rente op winstbelasting terug naar 4 procent
Het ministerie van Financiën mocht de rente voor belastingschulden van bedrijven in 2022 niet verhogen van 4 naar 8 procent, oordeelt de Hoge Raad. De uitspraak kost de schatkist minimaal 13 miljard euro, zo is de schatting. Veel ondernemers maakten de afgelopen jaren bezwaar tegen de hogere rente.
De teller van het aantal bezwaren staat inmiddels op 29.500. De zaak draait om de rente die bedrijven moeten betalen als ze de vennootschapsbelasting later betalen. In 2022 ging die rente omhoog naar 8 procent, terwijl deze rente bij andere soorten belastingen niet steeg.
De Hoge Raad oordeelt dat dit verschil onder andere in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Volgens de hoogste rechter gaat het om een lastenverzwaring die zonder goede reden bij slechts een groep belastingplichtigen terechtkomt. Om die reden vindt de Hoge Raad ook dat de renteverhoging niet proportioneel.
Toenmalig staatssecretaris Tjebbe van Oostenbruggen (Fiscaliteit) wees alle klachten over de belastingrente vorig jaar aan als zogenoemd massaal bezwaar, waarover pas een beslissing zou worden genomen na een oordeel van de Hoge Raad. Die stelt nu dat het terugbrengen van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting naar 4 procent voor rechtsherstel zorgt “waarbij geen sprake is van een ongefundeerde selectieve lastenverzwaring”.