Geen winst uit onderneming ter zake van zorgactiviteiten

Een vrouw is werkzaam als musicus en is als zodanig als IB-ondernemer aangemerkt. Daarnaast is zij – gediplomeerd – zorgverlener voor haar echtgenoot, haar broer en haar neef, aan welke personen daartoe persoonsgebonden budgetten (PGB’s) zijn toegekend. De vrouw verleent de zorg aan haar echtgenoot, broer en neef afwisselend met andere personen (derden). Ze besteedt gemiddeld in totaal ongeveer twintig uur per week aan de zorgverlening van genoemde personen.

In hoger beroep is in geschil of de door de vrouw in 2011 en 2012 ontvangen PGB-bedragen voor het verlenen van zorg aan haar echtgenoot, broer en neef moeten worden aangemerkt als winst uit onderneming hetgeen de vrouw voorstaat, dan wel als resultaat uit overige werkzaamheden, hetgeen de Inspecteur voorstaat.

De vrouw verleent uitsluitend zorg aan een drietal familieleden. Zij treedt met haar zorgactiviteiten niet naar buiten, in die zin dat zij zich naar buiten toe presenteert als iemand die tegen betaling persoonlijke zorg verricht. Niet aannemelijk is dat zij de zorg ook zou verlenen aan een willekeurige derde. Voorts is niet aannemelijk geworden dat zij wezenlijk ondernemersrisico loopt. Het debiteurenrisico is gelet op de omstandigheid dat de vrouw uitsluitend zorg verleent aan familieleden die een PGB-budget hebben, zeer gering. Gelet op het voorgaande geniet de vrouw ter zake van haar zorgactiviteiten volgens Hof Den Haag geen winst uit onderneming.

 

(Bron: Fiscanet)

Gerelateerde artikelen