EY-accountant ontkent schuld in zaak Keizer

Marcel de Kimpe van EY vindt dat hij zijn werk als accountant rond de overname van crematiebedrijf ‘de Facultatieve’ door voormalig VVD-voorzitter Henry Keizer goed heeft gedaan.

Marcel de Kimpe heeft ‘geen rol gespeeld bij een management buy-out van de Facultatieve in 2012’. Dat stelt de advocaat van de accountant, Jan Garvelink van advocatenkantoor Blaisse,  in een verweerschrift tegen de tuchtklacht van Pieter Lakeman van Stichting Onderzoek Bedrijfsinformatie (SOBI). Wel heeft hij ‘erop toegezien dat de transactie conform wet- en regelgeving in de jaarrekeningen was verwerkt.’

Accountant is 'publiekelijk beschadigd'
Advocaat Garvelink (foto rechts) stelt dat de naam van De Kimpe door de publicaties van Follow the Money (FTM) in aanloop naar de tuchtklacht ‘alvast publiekelijk werd beschadigd’ en dat de tuchtklacht aan het adres van De Kimpe vooral is gebaseerd op suggestie en niet op feiten. 

Hoe zat het ook alweer? In 2012 kocht Facultatieve Groep B.V. (de Groep) het crematieconcern B.V. Beheermaatschappij ‘de Facultatieve’ (de Beheermaatschappij) van de Koninklijke Vereniging voor Facultatieve Crematie (de Vereniging). De Kimpe was accountant van alle betrokken partijen. Keizer was directeur-grootaandeelhouder van de Groep, bestuursvoorzitter van de Beheermaatschappij en adviseur van het bestuur van de Vereniging. 

Veel kritiek op de transactie gaat uit van het idee dat de Vereniging om de tuin is geleid door de aandeelhouders van de Groep (Keizer & co). Volgens SOBI had De Kimpe erop moeten wijzen dat het bedrijf meer waard was dan de 30.000 euro die Keizer & co hebben ingelegd. Volgens Garvelink klopt dat beeld niet, omdat er 12,5 miljoen is betaald voor het de overname van de Beheermaatschappij. Volgens speurwerk van FTM bestaat die 12,5 miljoen uit drie componenten. Een dividend van 12 miljoen van de Beheermaatschappij zelf, een onderhandse lening van 470.000 van Keizer & co aan de Groep, en 30.000 cash van Keizer & co.

Deloitte, BDO en Borrie Corporate Finance
Ook ging De Kimpe er vanuit dat de verkopende vereniging goed was geïnformeerd, omdat er drie ‘onafhankelijke waarderingsrapporten’ zijn gemaakt door Deloitte, BDO en Borrie Corporate Finance. De betrouwbaarheid van de waarderingsrapporten wordt door FTM in twijfel getrokken, omdat de bureaus de opdracht hebben gekregen van de Beheermaatschappij, waar Keizer de baas was. En hij had als koper belang bij een lage waardering. Zo is onder andere gevraagd om twee onderdelen van de Beheermaatschappij, het verzekeringsbedrijf en het vastgoedbedrijf Bönninghausen, buiten de waardering te houden.

Een ander kritiekpunt van Lakeman is dat De Kimpe de boekhoudkundige waarde van het bedrijf willekeurig met 19 miljoen euro heeft verlaagd tot 30.000 euro, door dit bedrag in de boeken te zetten als ‘negatieve goodwill’. Volgens de advocaat is het niet juist dat de 19 miljoen euro het gevolg is van een ‘willekeurige’ afboeking, maar is dat het gevolg van onder andere (her)waarderingen van enkele crematoria. In het verweerschrift wordt niet specifiek aangegeven hoe de 19 miljoen is opgebouwd.

De bal ligt bij de rechter. De zitting in de tuchtzaak tegen De Kimpe staat op de rol voor 22 september in het gerechtsgebouw te Zwolle.