Europese rechter legt bom onder BTW-aftrek innovatie

Als investering leidt tot niets kan de aftrek worden teruggedraaid.

De Europese rechter heeft geoordeeld dat herziening van BTW moet plaatsvinden wanneer vervaardigde investeringsgoederen vanwege een faillissement niet verhandeld worden. Volgens het Hof van Justitie is een belastingplichtige in die situatie verplicht om de in aftrek gebrachte voorbelasting te herzien. 

Dit naar aanleiding van de ondergang van het Litouwse bedrijf Vittamed. Dit bedrijf was betrokken bij de productie van licenties en prototypes van apparaten voor medische diagnostiek, producten waarvoor de fiscale regels van toepassing zouden zijn. Daarom had Vittamed de in rekening gebrachte BTW afgetrokken. 

Toen de Litouwse onderneming echter failliet ging, vorderde een belastinginspecteur de afgetrokken BTW terug. De rechter die de zaak onder de hamer kreeg, heeft de kwestie voorgelegd aan het Hof van Justitie van de EU. Die heeft nu geoordeeld dat de aftrek van voorbelasting in dit geval inderdaad moet worden herzien.

De zaak dateert van vorig jaar, maar fiscaal juristen zijn niet gerust op de gevolgen ervan. Alleen als een ondernemer van plan is om producten of diensten ooit nog in de markt te zetten, blijft de BTW-aftrek intact. Is daar geen sprake van, dan moet een ondernemer de afgetrokken BTW wellicht terugbetalen. 

De zaak komt onverwachts, omdat in een soortgelijke zaak uit 1994 het Europees Hof nog precies andersom had gevonnist. Fiscalisten stellen dat deze uitspraak belangrijk is voor alle bedrijven die doen aan innovatie. 
 

 

 

Gerelateerde artikelen