Eindelijk duidelijkheid: Spaarrekeningen vallen niet onder het bereik van PSD2

De herziene Richtlijn Betaaldiensten (PSD2) wordt nog dit jaar in de Nederlandse wet geïmplementeerd. Lange tijd bleef de status van de spaarrekening daarbij onduidelijk…

Door Maarten van Denzen

Het leek erop dat spaarrekeningen ook onder het bereik van PSD2 zouden vallen, wat menig kleinbank hoofdbrekens bezorgde. Het Europees Hof van Justitie wees onlangs een arrest dat opheldering biedt: spaarrekeningen vallen slechts binnen het bereik van PSD2 indien ze veel kenmerken van een reguliere betaalrekening dragen. Dit artikel handelt over de reikwijdte van het essentiële begrip ‘betaalrekening’ en schept daarmee duidelijkheid over de werkingssfeer van de gehele PSD2-richtlijn. 

PSD2 is onduidelijk
Uit de richtlijn zelf bleek al dat derde partijen met een vergunning voor de nieuwe betaaldiensten ‘rekeninginformatiedienstverlener’ of ‘betalingsinitiatiedienstverlener’, toegang kunnen krijgen tot alle online betaalrekeningen in Europese lidstaten, mits de rekeninghouder daar toestemming voor geeft. 

Tot zover is de richtlijn duidelijk, maar wat wordt er dan precies onder ‘een betaalrekening’ verstaan? Volgens de definitie van de richtlijn is een betaalrekening ‘een op naam van een of meer betalingsdienstgebruiker aangehouden rekening die voor de uitvoering van betalingstransacties wordt gebruikt’. Dit is voor meerdere interpretaties vatbaar. 

Ook is onduidelijk wat dit betekent voor spaarrekeningen, kredietkaartrekeningen en elektronisch-geld-rekeningen. Deze worden in PSD2 niet expliciet benoemd, terwijl ze eerder in de Richtlijn Betaalrekeningen duidelijk werden uitgesloten. De vraag vanuit de markt of spaarrekeningen binnen de werkingssfeer van PSD2 vallen, is dan ook een logische. Met de uitspraak inzake ING-DiBA Direktbank Austria schept het Europees Hof nu duidelijkheid, al ging dat niet vanzelf.

De criteria voor een betaalrekening
Ook het Europees Hof had moeite met het uitleggen van de definitie voor ‘betaalrekening’ zoals deze in de richtlijn is gegeven. Daarom is gekeken naar de context en de doelstellingen die PSD2 beoogt te realiseren. Daaruit blijkt dat de vraag of er sprake is van een ‘betaalrekening’ in de zin van PSD2 moet worden beantwoord aan de hand van de volgende drie cumulatieve criteria: 
1.    De mogelijkheid om geldmiddelen op een betaalrekening te plaatsen;
2.    De mogelijkheid om contanten van een dergelijke rekening op te nemen;
3.    De mogelijkheid om betalingstransacties, met inbegrip van overmakingen van en naar derden, te ontvangen respectievelijk uit te voeren.

Voldoet een rekening aan ál deze voorwaarden, dan is PSD2 daarop van toepassing. Dat betekent dat vergunninghoudende derden toegang kunnen krijgen, banken verplicht zijn mee te werken, maar ook dat de juridische berscherming uit de richtlijn van toepassing is. Wordt niet aan alle voorwaarden voldaan, dan spreekt het Europees Hof van rekeningen met meer beperkte functies. Deze worden uitgesloten van PSD2, wat banken overigens niet belet op vrijwillige basis aan open-banking te doen. Voor de verplichte medewerking van banken onder PSD2 geldt dat niet de naam ‘spaarrekening’ die de doorslag geeft, maar de functionaliteit van de rekening. Dit volgt ook uit de onderstaande casus, waarin het Europees Hof dit precedent schiep.

Spaarrekeningencasus
In de zaak ING-DiBA Directbank Austria gaat het om een online spaarrekening waarbij de rekeninghouder direct en zonder medewerking van de betaaldienstverlener uitsluitend kan overboeken naar een eigen tussenrekening. Gedacht werd dat zo’n spaarrekening onder de richtlijn zou vallen omdat de rekeninghouder direct over het geld kan beschikken zelfs zonder beperkingen van of tussenkomst van een bank. Dat is niet het traditionele beeld dat men heeft bij een spaarrekening en dus werd betoogd dat deze onder de definitie van ‘betaalrekening’ zou vallen en ook bescherming van PSD2 zou moeten genieten. Echter, overboekingen naar derden zijn voor deze rekening uitgesloten en men kan alleen geld overmaken naar de eigen tussenrekening. Daardoor voldoet de online spaarrekening niet het derde criterium, heeft ‘beperktere functies’ en valt dus buiten de werkingssfeer van de richtlijn. 

Daarbij wordt opgemerkt dat het uitsluiten van een dergelijke online spaarrekening nog wel in overeenstemming is met de beschermingsdoeleinden van de richtlijn, omdat de tussenrekening wel een betaalrekening is en dus beschermd wordt.

Conclusie
Het is belangrijk om te onthouden dat niet bij voorbaat kan worden geconcludeerd dat een spaarrekening niet onder de werkingssfeer van PSD2 valt. Daarvoor moet echt worden gekeken naar de specifieke functionaliteiten van de rekening aan de hand van de genoemde drie criteria. De benaming ‘spaarrekening’ speelt daarbij geen doorslaggevende rol. Ook in de toekomst, na de implementatie van PSD2 in Nederland, zal deze uitspraak relevant blijven in de Europese lidstaten. De wettekst in de richtlijn is namelijk al definitief en geïmplementeerd in andere lidstaten; daar worden geen criteria meer aan toegevoegd. 

Auteur: Maarten van Denzen, juridisch consultant bij Enigma Consulting

Gerelateerde artikelen