‘Een heel droog rapport. Onbegrijpelijk wat de accountant verweten wordt’
Een Drentse ondernemer die na verdenkingen van een curator 1,4 miljoen euro moest betalen, hekelt een rapport dat de curator in hoger beroep uitbracht. Volgens hem staan daar ongefundeerde conclusies in.
In 2020 gingen de ondernemingen Xenergy Services BV en Arvick BV failliet. Beide bedrijven waren eigendom van een ondernemer uit Hoogeveen. Xenergy leende technisch personeel uit in de on- en offshore. Arvick was een start-up met een nieuwe methode voor het verbinden van elementen in de on- en offshore middels bouten. Beide bedrijven waren nauw met elkaar verweven.
De nieuwe methode van Arvick bleek niet te beschermen en was bovendien door de markt makkelijk te kopiëren. Dat leidde tot grote afboekingen bij de start-up en het feitelijke einde voor die onderneming in 2019. Lopende het onderzoek zag de curator een uitsterfbeleid: de boedel vloeide weg en de schulden bleven over.
De boel bedonderd
“De curator heeft me vanaf dag één neergezet als degene die de boel bedonderd had”, zei de ondernemer hierover vrijdag tegen de tuchtrechter. Het leidde in 2024 tot een rechtszaak die rampzalig eindigde voor de ondernemer. Hij moest de curator 1,4 miljoen euro betalen. In hoger beroep draaide het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden die betaling om. Wat er al betaald was door de ondernemer, moest worden teruggestort.
In hoger beroep bracht de curator een rapport in, opgesteld door twee forensisch accountants. De twee opstellers daarvan moesten zich vorige week voor de tuchtrechter verantwoorden. “Het hof oordeelt dat er geen sprake is geweest van kennelijk onbehoorlijk bestuur. De conclusies van het rapport zijn onjuist. Daarin wordt gesuggereerd dat er sprake was van onregelmatigheden in de omzetbelasting. Die suggestie wordt niet onderbouwd met deugdelijk onderzoek”, zegt advocaat Wytze Velema namens de klager.
Zonder deugdelijke grondslag
Met name door de inspanningen van de klager en deskundigen die hij inzette, nam het hof de conclusies uit het rapport niet over, suggereert hij. Volgens Velema hebben de accountants een rapport uitgebracht zonder deugdelijke grondslag.
Ook meent de klagende ondernemer dat er geen of amper hoor en wederhoor is geweest. Zo is er tot 12 augustus 2024, een maand voordat het rapport klaar moest zijn, geen gesprek geweest.
Schriftelijke vragen beantwoorden
“Dat klopt en dat komt niet door betrokkenen”, zegt advocaat Arjen Witteveen namens de accountants. Het was de klager die niet in gesprek wilde, maar slechts schriftelijk vragen wilde beantwoorden. Na opsturen van het concept-rapport volgde op 4 september toch een gesprek. Ook verstrekte de klager belangrijke urenbriefjes. Daarmee werd aangetoond dat een belangrijk deel van de administratie wel degelijk aanwezig was.
Die bevinding is ook in het definitieve rapport meegenomen. Een dag voor de deadline van 12 september is nog uitdrukkelijk gevraagd om een reactie van de klager. Die kwam niet. ,,Dat hij na 4 september geen nadere wederhoorreactie gaf, is een keuze. Mijn cliënt heeft hem alle gelegenheid geboden”, stelt Witteveen.
Een uitsterfbeleid
“De conclusie zou zijn getrokken dat er een uitsterfbeleid is en dat het hof daarin niet mee ging. Die conclusie staat niet in het rapport”, zegt Witteveen. Want de accountant trok helemaal geen conclusies, zegt hij. Advocaat Velema erkent later dat dit inderdaad niet zo in de rapportage staat maar die er ’tussen de regels door’ wel in te lezen valt.
Het valt de Accountantskamer op dat het rapport eerder in het voordeel van de klager is, dan van de curator. Ook is de vraag waarom tegen twee accountants wordt geklaagd. Een van hen was alleen bij het eerste concept betrokken. De klacht gaat vooral over wat erna gebeurde. Na overleg werd de klacht tegen haar ter zitting ingetrokken.
Plotseling, zonder finale wederhoor
Volgens Velema kwam het definitieve rapport plotseling zonder finale wederhoor. “Mijn cliënt dacht dat er nog een aangepast concept zou komen.”
Er is nooit afgesproken dat er nog een nieuw rapport voor wederhoor zou worden neergelegd, zegt advocaat Witteveen. Dat kon ook helemaal niet, voegt de accountant toe. ,,We verwachten om 12 september een antwoord. Dan nog een termijn voor wederhoor krijgen, met de wetenschap dat het definitieve rapport op 12 september moet worden opgeleverd, dat kan helemaal niet.”
Volgens Witteveen worden de stellingen van de curator nu in de schoenen van de accountant geschoven. “Wat hij opleverde was eigenlijk een heel droog rapport. Het blijft onbegrijpelijk wat hem hier nu wordt verweten.”
De Accountantskamer doet binnen 12 weken uitspraak.