De boel is nog steeds niet op orde: één jaar doorhaling
Na een eerdere berisping is een accountant uit Meppel nu voor een jaar doorgehaald. De tuchtrechter concludeert dat hij zijn laatste kans niet heeft aangegrepen. De accountant zelf meldde op de zitting dat een doorhaling het einde van zijn kantoor zou betekenen.
Een tijdelijke doorhaling wist de accountant in 2020 nog te voorkomen door te wijzen op bijzondere omstandigheden en de verbeteringen die hij door wilde voeren. De kans die hij toen van de Accountantskamer kreeg, heeft hij niet ten volle benut, oordeelt de tuchtrechter nu in een nieuwe zaak.
Onvoldoende maatregelen
Hij kreeg toen een berisping omdat hij onvoldoende maatregelen had genomen om de boel in zijn kantoor op orde te krijgen. Bij een toetsing in 2016, een hertoetsing in 2017 en een vervroegde reguliere toetsing in 2019 bleek er veel niet te kloppen.
In 2022 besloot de NBA andermaal een kijkje te nemen, om te zien of hij zijn verbeterplannen na die eerste tuchtzaak inmiddels had doorgezet. Hij moet een verbeterplan schrijven. Als bij een hertoets opnieuw blijkt dat de zaken nog niet op orde zijn, meldt de NBA dat het opnieuw naar de tuchtrechter stapt.
Frustratie over de toetsers
De accountant was gefrustreerd over de werkwijze van de toetsers. Zo beperkten ze zich niet tot de vijf dossiers die hij op verzoek van één van hen had klaargezet. Zijn frustratie miskent het eigen aandeel in de negatieve uitkomst van de toetsers, meent de Accountantskamer. Het kwaliteitsstelsel voldoet in werking nog altijd niet aan de eisen, iets dat hij zelf ook heeft erkend.
Met ingang van de jaarrekeningen 2021/2022 zijn voor de bv’s de kwaliteitseisen gevolgd en met ingang van 2023 wordt dat ook gedaan voor de eenmanszaken en de vof’s in zijn portefeuille, geeft de accountant aan. Maar de kwaliteitseisen moeten niet alleen voor de bv’s, maar voor alle entiteiten gevolgd worden, schrijft de NBA.
Aardig op weg
De accountant wilde de verbeteringen in zijn kantoor gefaseerd invoeren. Daarom koos hij ervoor eerst alles goed te regelen voor de rechtspersonen. De opgedane kennis kon hij gebruiken voor de vennootschappen onder firma en de eenmanszaken. Met dat gefaseerd invoeren was hij ‘al aardig op weg’, zo vond de accountant.
Tegelijk had hij nog een lange weg te gaan, blijkt volgens de toetsers. Zo volgde bij een klant een opdrachtbevestiging pas na het afgeven van de samenstelverklaring. “Dat klopt en dat hadden we achteraf niet moeten doen. Maar we hadden ook kunnen antedateren, dat is verboden. En daar hebben we bewust niet voor gekozen”, zei de accountant op de zitting.
Weinig tegenoverstellen
De klacht van de NBA is onderbouwd met het rapport van de toetsers en de accountant stelt daar weinig tegenover. Als de NBA stelt dat er onvoldoende werkzaamheden zijn verricht, verklaart de accountant alleen dat dit wel het geval is. Hij onderbouwt zijn stelling niet of onvoldoende. En dat lag te meer op zijn weg omdat hij tijdens de eindbespreking met de toetsers de bevindingen niet heeft weerlegd.
“Volgens het verslag van de recapitulatie ging betrokkene immers akkoord met de bevindingen. In zijn verweer stelt betrokkene niet dat deze mededeling over zijn instemming destijds onjuist is. Omdat betrokkene zijn verweer niet met stukken heeft onderbouwd, staan de tekortkomingen in de werking van het stelsel van kwaliteitsbeheersing en in de getoetste samenstellingsdossiers voldoende vast”, zo oordeelt de Accountantskamer.
De tuchtrechter rekent het de accountant zwaar aan dat feitelijk het kantoor al vanaf 2016 niet aan de eisen voldeed. Hij heeft de beloofde verbeteringen onvoldoende voortvarend opgepakt “terwijl het stelsel van kwaliteitsbeheersing het fundament is voor de goede uitoefening van het beroep van accountant’.’ Daarom legt de tuchtrechter de tijdelijke maatregel van doorhaling van 12 maanden op.