Controle mist diepgang: één maand doorhaling in het register

Twee jaar na de controleverklaring moesten miljoenen worden afgeboekt.

Een accountant is voor een maand in het register doorgehaald nadat hij de controle van de jaarrekening van Zorgeloosch Groep met onvoldoende diepgang had verricht. Twee jaar na het afgeven van een controleverklaring met oordeelsonthouding moest bijna 3,5 miljoen euro worden afgeboekt.

De Zorgeloosch Groep BV bemiddelt en geeft financieel advies bij echtscheidingen. De snel groeiende onderneming werd in 2018 en erna overgenomen door Quote-500-lid Marius Touwen. Hij spendeerde miljoenen, maar over de waarde van het bedrijf ontstond in 2019 onrust als dat jaar foutherstel nodig blijkt op de posten ‘debiteuren’ en ‘vooruit gefactureerde omzet’.

Het verlies gefinancierd
In totaal wordt 7,4 miljoen euro afgeboekt. Hiervan had 3,5 miljoen euro betrekking op de jaarrekening van 2017 die door de gedaagde accountant was gecontroleerd. De ondernemer constateerde hierdoor dat hij achteraf niet de groei, maar juist het verlies van de onderneming heeft gefinancierd.

De jaarrekening van Zorgeloosch werd vanaf boekjaar 2014 door de accountant samengesteld. In boekjaar 2017 werd duidelijk dat het bedrijf zich zou kwalificeren als middelgroot rechtspersoon. Het lag voor de hand dat dit voor boekjaar 2018 ook het geval zou zijn waarmee ze de plicht kreeg haar jaarrekening te laten controleren door een accountant. Daarom werd besloten om vooruitlopend op die plicht de jaarrekening vrijwillig te laten controleren. De accountant gaf een oordeel met beperking af.

Controle van onderhanden werk
De accountant wordt onder meer verweten dat hij de post ‘onderhanden werk’ met onvoldoende diepgang heeft gecontroleerd. De werkzaamheden in de echtscheidingsdossiers worden voor 84 procent in de eerste maand na opening van het dossier verricht, zo schatte het management in. Negen procent werd in de derde maand gedaan en het restant in maand acht.

Omdat er mogelijk een tendens bij het management is om de omzet te flatteren, moet de accountant inspelen op het risico dat de vooruitgefactureerde omzet te laag en de opbrengsten te hoog worden verantwoord. Is er sprake van een hoog risico, dan moet de accountant meer overtuigend controlebewijs vergaren, meent de Accountantskamer.

Zelf geselecteerd dossier
De accountant liet de doorlooptijd van acht maanden analyseren. Hij deed dit aan de hand van één dossier, een dat het management aan hem verstrekte. Dus niet een dossier dat hij zelf selecteerde. “Deze toetsing is, gegeven het significante risico, naar het oordeel van de Accountantskamer onvoldoende”, stelt de tuchtrechter.

Daar komt nog bij dat hij onvoldoende aandacht besteedde aan het in rekening brengen van 50 procent van de overeengekomen vergoeding bij een tussentijdse opzegging van de opdracht. Dergelijke opzeggingen waren van invloed op de posten ‘omzet’ en ‘vooruitgefactureerde omzet’ en dus ook ook op de post ‘debiteuren’.

Dossiers nog actief
Ook de debiteuren onderzocht de accountant onvoldoende, meent de klager. Met een steekproef controleerde hij 135 verkoopfacturen waarvan er 11 betaald bleken. Hij keek echter niet na of de openstaande dossiers nog actief waren. Klanten konden de opdracht immers tussentijds opgezegd hebben. Gezien de grootte van de post – 4,6 miljoen euro, goed voor ruim 68 procent van het balanstotaal – had hij een zogeheten afloopcontrole moeten doen, meent de klager.

De accountant heeft geen documentatie overlegd waaruit blijkt dat hij nader controlewerk heeft verricht. Zo stelt de tuchtrechter vast dat hij geen werkzaamheden uitvoerde ten aanzien van tussentijdse opzeggingen. Hij heeft niet aannemelijk gemaakt “dat hij voldoende werkzaamheden heeft verricht om het significante risico op een afwijking van materieel belang wat betreft het bestaan van de debiteuren tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen”.

Kwaliteitsbeoordelaar voor de tuchtrechter
Ook de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar die het werk van de accountant overzag, was voor de tuchtrechter gedaagd. De tuchtrechter meent dat de accountant onvoldoende deed om geschikte controle-informatie te verkrijgen ten aanzien van het bestaan en de waardering van de post debiteuren. Dat maakt de beoordeling door de OKB’er ook onvoldoende. Zo heeft de kwaliteitsbeoordelaar geen bevindingen aangetroffen in het controledossier dat het risico op niet betalen door debiteuren laag is omdat de facturen ‘vrijwel altijd’ betaald worden, aldus de tuchtrechter.

De OKB’er krijgt een berisping opgelegd. De accountant wordt voor een maand doorgehaald omdat hij heeft gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. De titel van openbaar accountant komt het grote verantwoordelijkheden gelet op het grote belang dat het publiek heeft “bij het juist en volledig verrichten van de werkzaamheden door een accountant die als vertrouwenspersoon in het maatschappelijk verkeer fungeert”, meent de tuchtrechter. Wel heeft de accountant inmiddels ingezien dat de vastlegging in het dossier onvoldoende was.

Gerelateerde artikelen