‘Concentratie van klacht’ geen eis bij tuchtrecht accountants

Een accountant die eerder werd berispt moest zich voor een tweede keer in hetzelfde dossier bij de Accountantskamer verantwoorden.

18/3

Zaaknummer bij de Accountantskamer:17-1052

Eerder over deze zaak verschenen: Tweede tuchtklacht tegen accountant 'staat gelijk aan stalking'

De tuchtrechter verklaarde de klacht niet-ontvankelijk omdat klachten niet uitgesmeerd mogen worden over meerdere zittingen. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven zet echter een streep door deze eis van 'concentratie van klachten.'

De accountant-administratieconsulent stelde onder meer de jaarrekening 2013 samen van een tandartspraktijk van twee echtelieden. Toen de twee in scheiding lagen kreeg de klager van accountant te horen dat ze een ander in de arm moest nemen. In een eerste klachtzaak achtte de Accountantskamer bewezen dat de beklaagde onjuiste, tegenstrijdige en tendentieuze informatie had verstrekt. De accountant ging alleen maar uit van de gegevens verstrekt door de man. Ook was hij er ten onrechte van uit gegaan dat de klaagster toestemming had verleend voor het stopzetten van de pensioenopbouw in eigen beheer van de vennootschap. Ook wijzigde hij de datum van een overeenkomst. Hij kreeg een berisping opgelegd. Maar de klaagster stapte opnieuw naar de tuchtrechter in een zaak die in september 2017 diende. Haar klacht werd echter niet ontvankelijk verklaard. Feiten uit de tweede klacht had ze al in haar eerste klacht aan de orde moeten brengen. Ze voldeed zo niet aan de eis van 'concentratie van klachten'.

Het College is het oneens met de Accountantskamer dat de beginselen van behoorlijke procesorde vereisen dat een klager diens klacht in één keer naar voren brengt. Het mag wenselijk zijn, een verplichting is het niet. Voor zover de Accountantskamer dit in eerdere uitspraken als een verplichting heeft opgevat, neemt het College daar afstand van, blijkt uit haar uitspraak. En dat betekent dat er een streep gaat door de uitspraak van de tuchtrechter in de tweede klacht. Het College heeft zich vervolgens zelf gebogen over deze tweede procedure. Veel schoot de klager er echter niet mee op, blijkt uit het vonnis.

Zo vond de klager dat de accountant te abrupt zijn werkzaamheden voor haar heeft beëindigd. Hij had haar eerder moeten wijzen op de mogelijkheid een accountant in de arm te nemen. Ook had hij haar eerder moeten informeren dat hij partijdig was. Maar de klager heeft niet aangegeven waarom dit werk niet onmiddellijk neergelegd mocht worden. Niet bewezen is dat ze hierdoor in een nadelige positie is gebracht. Ook overige klachtonderdelen zijn, voor zover ze niet al in de eerste zaak aan bod waren gekomen, ongegrond verklaard.

Auteur: Michiel Satink / Juridisch Persbureau Zwolle 

Gerelateerde artikelen