Boete voor tewerkstelling Roemenen vernietigd

Op 24 juli heeft de bestuursrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak tussen het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en een particulier uit Roosendaal. De particulier had door het ministerie een boete opgelegd gekregen omdat hij niet beschikte over een tewerkstellingsvergunning voor twee Roemeense werknemers die zijn huis schilderden. De rechtbank stelt dat de minister niet bevoegd was om een boete op te leggen.

De man liet in de zomer van 2013 zijn huis schilderen door, onder meer, twee Roemeense werknemers. Voor Roemeense werknemers in Nederland werd tot 1 januari 2014 een tewerkstellingsvergunning geëist, waarover deze man niet beschikte. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde daarom een boete op van 9.000 euro.

Vergunning

Na aanvraag van een werkgever en de betrokken werknemer, wordt een tewerkstellingsvergunning verleend aan een buitenlandse werknemer. De werknemer kan dan voor een bepaalde periode legaal werken in Nederland. 

Boete vernietigd

De rechtbank oordeelt dat de eis van de vergunning in strijd is met een bepaling uit bijlage VII bij het Toetredingsverdrag van Roemenië tot de Europese Unie. In die bepaling staat dat Roemenen voorrang dienen te hebben boven onderdanen van een derde land. Door een verdrag tussen Nederland en Japan, waarbij aan onderdanen van dat land vrije toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt werd geboden, was van voorrang voor Roemenen geen sprake. De minister was daarom niet bevoegd om een boete op te leggen en de rechtbank heeft de boete vernietigd.

Gerelateerde artikelen