Binnen drie jaar staat de FIOD-accountant alweer voor de rechter
In de tuchtzaak tegen de FIOD-coördinator die beoordeelde welke accountant door het Openbaar Ministerie voor de tuchtrechter daagde, zou de Accountantskamer onjuist zijn ingelicht. Daarom stapt de klager opnieuw naar de tuchtrechter. “Ik had geen toegang tot het strafdossier.”
Is hier sprake van het bewust verkeerd inlichten van de tuchtrechter of wordt hier een tuchtzaak 2,5 jaar nog eens dunnetjes overgedaan? Duidelijk is dat FIOD-accountant in december 2023 een forse tik op de vingers kreeg van de Accountantskamer. Hij werd voor een halfjaar geschorst omdat hij gebruik maakte van zogeheten ‘geheimhoudersstukken’. Hoe zat het ook alweer in deze zaak rond vermogensbeheerder Box Consultants?
Geheime informatie
Onderzoek Castor draaide om vermeende fraude bij deze grote vermogensbeheerder. Na tien jaar onderzoek zag het Openbaar Ministerie in oktober 2023 alsnog af van strafrechtelijke vervolging en kocht advocatenkantoor Stibbe voor miljoenen af. De reden: het strafdossier was ‘vervuild’ met geheimhoudersstukken.
Als in een strafrechtelijk onderzoek documenten in beslag worden genomen, moest voorheen een zogeheten geheimhouders-officier van justitie beoordelen of die stukken wel in het dossier mogen, of niet. Correspondentie tussen een verdachte en zijn of haar advocaat moet geheim blijven. Na deze affaire is besloten dat voortaan een rechter die beoordeling maakt.
Toegang tot strafdossier?
De FIOD-accountant in kwestie, die een tuchtklacht voorbereidde tegen de BDO-accountant in dit dossier, kreeg dergelijke stukken toch onder ogen nog voor beoordeeld was of dit geheimhoudersinformatie betrof, zo wordt hem verweten. Hij had volgens de klager toegang tot het strafdossier, iets wat hij op de zitting in oktober 2023 ontkende.
Volgens advocaat Daan Doorenbos van kantoor Stibbe – ook kort onderwerp van onderzoek door de FIOD-accountant in kwestie in het Box-dossier – was die toegang ook nodig om de tuchtklacht tegen de accountants te kunnen maken en zo kon hij zelf zoeken in het digitale strafdossier.
Vragen om een hertoets
De geheimhouders-officier had bepaalde stukken als ‘geheimhoudersinformatie’ aangemerkt en uit het dossier laten verwijderen. Er werd gevraagd om een hertoets. De FIOD-accountnt ontkent bij die hertoets betrokken te zijn, maar volgens advocaat Karen Harmsen, die klager Doorenbos bijstaat, kan dat niet kloppen. “Hij kan niet anders dan ook toegeven dat hij toch betrokkenheid heeft gehad bij de hertoetsing, namelijk in de vorm van het toesturen van e-mails die hij nodig had voor de tegen de BDO-accountant in te dienen tuchtklacht en dus herbeoordeeld wilde zien.”
Volgens Harmsen is inmiddels duidelijk dat hij wel degelijk over digitale stukken beschikte en dat hij deze geheime stukken domweg gehouden heeft. “Hij meent nog steeds dat wetten, regels en afspraken niet voor hem gelden en dat hij zich daaraan niet hoeft te houden als hij meent dat het hem niet uitkomt.”
Dreiging om beroep in te trekken
Advocaat Marc Kelder staat de FIOD-accountant bij. De stelling dat Dohmen geheimhoudersstukken hield na de tuchtzaak in 2023, is onzin, zegt hij. Het gaat hier om stukken die Doorenbos zelf inbracht. “Dan kan hij zich niet meer beroepen op het verschoningsrecht.”
Naast een herhaling van de vorige tuchtzaak ziet hij vooral veel onbewezen stellingen. “Mijn cliënt wordt beschuldigd van het spreken van onwaarheden in eerdere tuchtzaken, zelfs bewust. In gewone mensentaal: hij liegt.”
Aankondiging derde tuchklacht
Doorenbos zou al in oktober 2023 een derde tuchtklacht hebben aangekondigd. Kelder ziet hierin een dreiging om de FIOD-accountant te bewegen zijn beroep tegen de uitspraak van de Accountantskamer in de zaak uit 2023 in te trekken. “Voor mijn cliënt was dit onaanvaardbaar omdat er onderdelen gegrond zijn verklaard die hem diep raken.”
Had zijn cliënt toegang tot het strafdossier? “Hij heeft nooit toegang gehad, laat staan dat hij stukken kon doorsturen. Als Doorenbos stelt dat mijn cliënt wel toegang had, dan is het aan hem om dat te bewijzen. En daar heb ik wederom geen splinter van gezien”, reageert Kelder.
Gebrek aan integriteit
De beklaagde FiOD-accountant legt de tuchtrechter ook uit dat het zo niet werkt bij het Openbaar Ministerie. :De stukken die ik had, kreeg ik van het onderzoeksteam.” Hij erkent dat hij fouten maakte en heeft er vrede mee als de tuchtrechter daarover oordeelt. “Maar niet met dat mij een gebrek aan integriteit wordt verweten.”
Dat laatste was voor hem ook de reden om in beroep te gaan tegen de uitspraak uit 2023. Hij heeft moeite met de twijfel die wordt gezaaid over zijn integriteit. “Ik heb nooit iemand opzettelijk onjuist ingelicht. Zo ben ik niet.” Hij kon zich ook lastig verweren in de tuchtzaak 2,5 jaar geleden. Zo mocht hij niets zeggen over het advies van de landsadvocaat. Daarop werd het verschoningsrecht van toepassing verklaard.
Achteraf meent hij dat hij er toch over de inhoud had moeten praten. “Het was wel relevant voor uw beoordeling.” Hij zegt dat hij betreffende de gewraakte mails een belangrijke fout heeft gemaakt. “Ik heb niet gezien dat Doorenbos in de aanhef stond.”
De tuchtrechter doet over circa 12 weken uitspraak.