Bestuurder (AA) aan de kant gezet: ‘voortbestaan kantoor in gevaar’
Een voormalig bestuurder van een accountantskantoor, tevens AA, heeft geld geleend van een aantal vermogende klanten. Ook heeft hij een aantal van hen verleid te investeren in een bedrijf waarin hij zelf participeerde, dat eveneens klant was bij het kantoor. Hij heeft daarmee niet alleen zijn objectiviteit te grabbel gegooid, maar ook de toekomst van het kantoor in gevaar gebracht.
Dat betoogde het kantoor bij monde van een aantal kantoorgenoten annex aandeelhouders ter zitting bij de Accountantskamer.
De AA was via zijn vennootschap van 2018 tot en met begin 2024 zelfstandig bestuurder van het in Noord-Holland gevestigde kantoor, dat destijds drie vestigingen had en een kleine 40 medewerkers. De accountant heeft 45 procent van de aandelen, de resterende aandelen zijn in het bezit van kantoorgenoten.
Aan de kant gezet
In 2024 besloten deze kantoorgenoten de AA aan de kant te zetten. Hij was verplicht zijn aandelen aan hen over te dragen, maar heeft dit geweigerd. Aanleiding om de bestuurder, tevens de kwaliteitsbepaler van het kantoor, te lozen waren ‘verwijtbare handelingen’.
Volgens Bas Martens, advocaat van de klagende partij, zou hij zou zich schuldig hebben gemaakt aan feiten die “niet alleen volledig in strijd waren met zijn verantwoordelijkheid als kwaliteitsbepaler”, maar ook “het voorbestaan van de onderneming, de belangen van cliënten en die van kantoorgenoten en hun gezinnen ernstig in gevaar hebben gebracht”.
Geleend van klanten
De bestuurder zou onder meer in privé 2,5 ton euro hebben geleend van twee klanten en daarvoor een hypotheek hebben gegeven op zijn huis. Ook zou hij 5 ton euro werkkapitaal hebben geleend van een vermogende vrouw, eveneens klant bij het kantoor, zonder deze lening te vermelden in het dossier van deze klant.
Daarnaast zou hij voor het kantoor nog eens 4 ton euro hebben geleend van een andere klant en hebben doen voorkomen alsof hij die schuld privé had overgenomen. Dat laatste was niet het geval. Wel zou hij van dit geld 1,5 ton euro hebben overgemaakt naar zijn eigen management-bv.
Niet aan afspraken gehouden
Los daarvan zou de AA zich niet hebben gehouden aan afspraken die hij maakte met twee van zijn zwagers over agiostortingen in een gezamenlijke vastgoedonderneming. Alle drie zouden deze aandeelhouders 1,6 miljoen euro storten De accountant zou dit hebben verzaakt. De drie aandeelhouders raakten daarop gebrouilleerd. De zwagers lieten vervolgens beslag leggen op een bedrijfspand van de accountant, zijn auto en op zijn aandelen in het accountantskantoor.
Bovendien verleidde de bestuurder/accountant twee klanten die hij zelf bediende om grote investeringen te doen in een groep transportbedrijven waarin hij zelf een belang had van 50 procent. Hij zou hebben gesproken van “een fantastisch bedrijf” waar hij zelf mede leiding aan zou geven. In werkelijkheid stond het bedrijf er volgens Martens zorgelijk voor. De bedrijven zijn inmiddels failliet. Beide klanten zegden hun vertrouwen in de AA op.
Een andere lezing
De voormalig bestuurder heeft een andere lezing. Volgens Danny Theunis, diens advocaat, heeft zijn client juist geld geleend om de toekomst van het kantoor veilig te stellen. Hij ging daarbij terug naar 2015, toen de medeoprichter en naamgever van het kantoor overleed en de AA er als bestuurder alleen voor kwam te staan.
Besloten werd de aandelen van de medeoprichter te verkopen aan kantoorgenoten. Maar die konden dat niet betalen. De AA bood hen daarop een regeling aan. Die regeling financierde hij met de leningen van de vermogende klanten. De banken wilden volgens de advocaat niet financieren. De accountant verstrekte deze klanten daartoe prive zekerheden. Theunis: “Alleen zo kon het kantoor het hoofd bovenwater houden.”
Ageren tegen de AA
Dat de kantoorgenoten nu zo tegen zijn cliënt ageren is volgens Theunis louter omdat zij de aandelen die hij bezit, ook in hun bezit willen krijgen. Volgens de advocaat is de klacht misplaatst. “Dit zijn handelingen die los staan van het feit dat mijn cliënt AA is. Hij heeft niets gedaan waarmee hij het accountantsberoep in diskrediet heeft gebracht.”
Daar plaatsten de tuchtrechters vraagtekens bij. Wat had de accountant bijvoorbeeld gedaan om bij de leningen die klanten hem privé verstrekten zijn objectiviteit te waarborgen?
Risico’s geïnvesteerd
De AA over de tweede lening ter hoogte van 1,5 ton euro: “Er is een leningsovereenkomst opgemaakt waarin de risico’s zijn geïnventariseerd en vervolgens heeft de verstrekker van de lening op mijn advies een eigen adviseur ingeschakeld.”
Een opmerking die bij een van de kantoorgenoten in het verkeerde keelgat schoot: “Die adviseur is een persoonlijke vriend van hem (de AA, red) en heeft een relatie met de vrouw die de lening heeft verstrekt.”
Zwaardere maatregelen
Ook de voorzitter vond het antwoord van de accountant weinig bevredigend: “Een leningsovereenkomst zie ik niet direct als een waarborging van de objectiviteit.” Een constatering waarin de accountant zich wel kon vinden: “Achteraf had ik zwaardere maatregelen moeten nemen.”
Ook over de agiostoring had de voorzitter vragen. Die storting was niet op schrift vastgelegd, aldus de klacht. Maar waar in de wet en regelgeving staat dat dit moet, legde hij de medeaandeelhouders voor die namens het kantoor de klacht hadden ingediend.
1,6 miljoen storten
Zij appelleerden aan een uitspraak in kortgeding van de voorzieningenrechter die oordeelde dat de accountant zijn verplichting moest nakomen om 1,6 miljoen euro te storten. “Door dit niet te doen heeft hij niet gehandeld als professioneel accountant.”
Over het verleiden van klanten om te investeren in de transportbedrijven waarin hij zelf investeerde merkte de AA op dat hij “misschien iets te enthousiast was geweest”. De Accountantskamer hoopt binnen twaalf weken uitspraak te kunnen doen.