Berisping voor accountant die ‘suggestie van zekerheid’ wekte in rapport

Op basis van een controle zag een accountant 'geen afwijkingen' in een rapport dat werd ingebracht in een rechtszaak rond vermeende fraude. De accountant heeft volgens de Accountantskamer de suggestie gewekt dat een bepaalde mate van zekerheid wordt verkregen.

Door Michiel Satink

Zaaknr. 22/506

Over deze zaak: Accountant 'zag geen fraude' maar trok evenmin conclusies

En dat had hij niet moeten doen in een 4400-N-opdracht waarin feitelijke bevindingen centraal staan, zo oordeelde de Accountantskamer deze week. De tuchtrechter legde een berisping op.

De kwestie
Digital Enterprices (DE) en JJS Sports BV werkten samen in Sports Web International (SWI). DE is met onder meer Voetbal International de grootste uitgever op het gebied van 'mannen en sport'. SWI exploiteert de site Voetbalprimeur.nl en Voetbalprimeur.be. De verkoop van advertentieruimte werd uitbesteed aan Next Day Media (NDM) maar naar verloop van tijd doken geruchten over fraude op. NDM zou de omzet afromen. DE liet een registeraccountant onderzoek doen en bracht dat rapport in bij de Ondernemingskamer. Juist dat rapport staat centraal in deze tuchtzaak. Volgens de accountant was dit een 4400-N-opdracht, ofwel de feitelijke bevindingen staan centraal. De vraag is nu of de accountant zich bij die feiten heeft gehouden of dat hij toch ook conclusies trok.

Als eerste verweer van de accountant was dat hier sprake was van misbruik van klachtrecht. Volgens hem is de klacht slechts ingediend om hem financieel te treffen. Uitgesloten volgens hem is dat de klacht kan bijdragen aan de doelstellingen van het tuchtrecht. De Accountantskamer meent echter dat hij deze omstandigheden onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt en schuift dit verweer terzijde.

De klagers menen dat een gedetailleerde beschrijving van zijn specifieke werkzaamheden in het rapport ontbreekt. De Accountantskamer is het daarmee eens. “Het rapport mist naar het oordeel van de Accountantskamer een duidelijke koppeling tussen de werkzaamheden die betrokkene heeft uitgevoerd en de daaruit voortkomende feitelijke bevindingen of waarnemingen. De werkzaamheden zijn niet op detailniveau omschreven. En waar betrokkene een bevinding noteert, maakt hij niet duidelijk waarop de bevinding is gebaseerd'', zo luidt het oordeel.

De klagers vonden dat de bewoordingen die de accountant gebruikte en de conclusies die hij trok niet passen in een rapport van feitelijke bevindingen. Ook die klacht is gegrond. Zo bekeek de beklaagde een aantal transacties uit het boekjaar 2017 ,,om de effectieve werking van voorgaande opzet van de organisatie na te gaan en het verloop van het proces te verifiëren''. 

Met deze woorden suggereert hij het uitvoeren van een controle. Dit gedeelte wordt door de accountant afgesloten met de opmerking: “Hieruit zijn geen afwijkingen ten opzichte van de opzet van de interne beheersingsmaatregelen naar voren gekomen.'' De Accountantskamer vindt dat hij hiermee in zijn rapport de suggestie wekt dat een bepaalde mate van zekerheid wordt verkregen.

Alles overwegend vond de Accountantskamer een berisping als maatregel op zijn plaats.
 

Gerelateerde artikelen