BDO: magere jaren in aantocht voor gemeenten

Overschot van 2 miljard slaat om in een tekort van tot wel 3,2 miljard.

De financiële gezondheid van Nederlandse gemeenten toont een tweeledig beeld. Enerzijds zijn er positieve cijfers over 2024 behaald, lijken tekorten kleiner en is het gevreesde ‘ravijn’ voorlopig gedempt. Maar schijn bedriegt, want de zorgen en financiële kwetsbaarheden blijven. Dit concludeert BDO in een benchmark over de financiële positie van gemeenten in Nederland.

De benchmarkt is samengesteld aan de hand van de jaarcijfers over 2024 en de primitieve begrotingen 2025 en 2026-2029. BDO signaleert dat de bekostiging van de jeugdzorg een uitdaging is voor gemeenten. Verder zijn er oor noodzakelijke investeringen in maatschappelijk vastgoed in veel gemeentebegrotingen geen of te weinig middelen opgenomen.

Gezamenlijk overschot
Veel gemeentebegrotingen laten een gunstiger beeld zien vergeleken met een jaar eerder. Het gemiddelde rapportcijfer voor gemeenten, samengesteld op basis van belangrijke financiële kengetallen, steeg van een 7,6 over 2023 naar een 8,4 over 2024. Deze stijging wordt veroorzaakt door een gezamenlijk overschot van 2 miljard over 2024.

Belangrijkste oorzaken van dit overschot zijn incidentele meevallers, late ontvangst van middelen en beperkingen in de uitvoeringskracht waardoor niet alle plannen zijn uitgevoerd en er geld overblijft.

Toenemende solvabiliteit
Volgens de BDO-Benchmark nam de solvabiliteit van gemeenten toe in het afgelopen decennium. Dat wijst op doorgaans sterkere financiële buffers bij gemeenten. In 2023 was de gemiddelde solvabiliteit voor alle gemeenten bijna 40 procent. In de editie van 2025 werd ook gesignaleerd dat sommige gemeenten lagere solvabiliteit hebben, maar die nog steeds een redelijke buffer vertegenwoordigt.

Maar de komende jaren kan de solvabiliteit dalen wanneer tekorten groter worden. Deze nettoschuldquote nam de afgelopen jaren af: van ongeveer 82 procent tien jaar geleden naar ongeveer 42 procent op basis van realisatiecijfers over 2023. Voor de komende jaren voorziet een stijging van de nettoschuldquote, tot wel 64 prodent of hoger. Gemeenten verwachten meer te moeten lenen voor investeringen, terwijl de begrotingen juist krimpen.

Nettoschuldquote loopt op
Tot dusver was de trend dat de nettoschuldquote daalde bij gemeenten en dat de solvabiliteit steeg. Maar nu verwachten gemeenten structurele tekorten, wat leidt tot een toename van de nettoschuldquote en een een daling van de solvabiliteit.

De gezamenlijke gemeenten verwachten tot en met 2029 een tekort van 2 miljard euro. Ruim een derde van de gemeenten begroot structurele overschotten, andere gemeenten hebben te maken met per saldo een tekort tot en met 2029 van in totaal 3,4 miljard euro.

Begrotingskeuzes
Het is belangrijk om bij dit beeld wat nuance te plaatsen, zegt Marc Steehouwer, partner Audit & Assurance en voorzitter branchegroep Overheid bij BDO: “Niet elke gemeente met een begroot overschot is direct ook financieel gezond. De verschillen tussen een overschot of tekort worden vooral veroorzaakt door begrotingskeuzes.”

“Gemeenten hebben relatief veel vrijheid op dit gebied. Ze kiezen bijvoorbeeld om taakstellingen al dan niet op te nemen in de begroting, financiële reserves in te zetten of investeringen door te schuiven. Zo ontstaat geen eenduidig beeld van de daadwerkelijke financiële positie. Een gemeente met een begroot overschot kan investeringen en bijkomende kapitaallasten nog niet hebben ingeboekt, terwijl een gemeente met een tekort dat mogelijk juist wel heeft ingeboekt en dus een meer realistische raming toont.”

Gerelateerde artikelen