Accountant vrijuit na klachten over rol bij verhuur van een molen

Het klachtonderdeel over onterechte facturen en het negeren van een vonnis faalt.

De klager, exploitant van een koffie- en theehuis in de molen, stelde dat de RA hem ‘valse facturen’ bleef sturen ondanks een rechterlijk vonnis, hem dreigde met incasso’s en hem in de jaarrekening en op de website van de stichting neerzette als wanbetaler.

De verhouding tussen de stichting en de huurder is al jaren gespannen en verslechterde volgens klager verder nadat de accountant in 2022 toetrad tot het bestuur. De stichting startte sindsdien twee kortgedingprocedures tegen de huurder, die beide niet tot toewijzing van de vorderingen leidden.

Volgens klager betekende dit dat hij niets meer verschuldigd was en dat de accountant willens en wetens een rechterlijk oordeel naast zich neerlegde door betaling te blijven verlangen. Ook zou de accountant in mails persoonlijk en dreigend hebben gecommuniceerd en hem bij derden in een kwaad daglicht hebben gezet door te spreken van een huurachterstand.

De advocaat van de accountant voerde aan dat niet de penningmeester maar de stichting procedeerde en dat de voorzieningenrechter in de tweede zaak geen inhoudelijk oordeel gaf over de vraag of er al dan niet huur verschuldigd was. Van het negeren van een rechterlijk oordeel was daarom geen sprake.

De Accountantskamer volgt die redenering. Uit de uitspraak van de voorzieningenrechter kan volgens het tuchtcollege niet worden afgeleid dat de stichting geen recht heeft op betaling. Er is slechts sprake geweest van een voorlopig oordeel na summiere toetsing, zonder inhoudelijk oordeel over de gegrondheid van de vordering. Daarmee faalt het klachtonderdeel over het sturen van onterechte facturen en het negeren van een vonnis.

Ook het verwijt dat klager in de jaarrekening over 2024 als wanbetaler is neergezet, houdt geen stand. Van belang is dat de accountant de omschrijving van de huurvordering en de voorziening heeft aangepast nadat klager daarover had geklaagd.

Klager liet de volgende dag per e-mail weten dat hij had gezien dat de tekst in de jaarrekening en op de website was gewijzigd en maakte daartegen geen bezwaar. Ook later heeft hij dit punt niet opnieuw rechtstreeks bij de accountant aangekaart.

Alle onderdelen van de klacht zijn daarom ongegrond verklaard.

Gerelateerde artikelen