Accountant pleegt fraude met inkomstenbelasting uit rancune jegens ex-vrouw. [14/390]

Uit rancune en woede tegen zijn ex-vrouw heeft een AA fraude gepleegd met zijn aangifte inkomstenbelasting. Hij vulde in dat hij haar partneralimentatie heeft betaald, terwijl dat niet het geval was. Ook vervalste hij het echtscheidingsconvenant en betalingsbewijzen. De fiscus kwam erachter, waarna het Openbaar Ministerie (OM) behalve strafvervolging ook een tuchtrechtelijke procedure heeft aangespannen.
Het zou al vanaf 2004 gaande zijn, maar de klacht richt zich op de jaren 2007, 2008 en 2009, liet een woordvoerder  van het OM weten bij de Accountantskamer.  Een accountant moet, ook in zijn privébestaan integer en oprecht handelen, stelde officier van justitie mr. H. Pluimers.  Overigens wordt betwijfeld of rancune het enige motief van de accountant is geweest, omdat hij met meerdere aftrekposten heeft gefraudeerd, zoals rentekosten van leningen die hij nooit is aangegaan. Het benadelingsbedrag is voor een periode van zes jaar becijferd op 50.000 euro. 

De betrokken accountant heeft het boetekleed aangetrokken  en toegegeven dat hij gesjoemeld heeft. Hij hoopte zijn ex-echtgenote te treffen, doordat zij over de partneralimentatie belasting zou moeten betalen. Met frauderen is het een “beetje doorgeslagen”.  De eerste hobbel die moet worden genomen is die van de verjaring, het OM was volgens de advocaat voor een deel al langer dan drie jaar op de hoogte van  de feiten. Vervolgens is er een periode  -2009 tot en met 2012- geweest waarin de tuchtrechter zich niet mocht buigen over privéaangelegenheden. Redenen om het OM niet-ontvankelijk te verklaren.

Ten slotte wierp de raadsman op dat zijn cliënt een stoornis in het autistische spectrum heeft, die van invloed kan zijn geweest op zijn handelen, hij nooit de bedoeling gehad heeft het maatschappelijk verkeer te schaden en dat hij bij zijn werkgever  altijd goed werk heeft verricht. Overigens zijn hem daar wel bevoegdheden ontnomen, zoals de tekeningsbevoegdheid. 
In augustus staat de strafzaak op de rol van de rechtbank in Almelo. In de tuchtzaak doet de Accountantskamer op een termijn van tien tot vijftien weken uitspraak. De klager dacht aanvankelijk zelf aan doorhaling, maar vindt  dat er ook wel rekening moet worden gehouden met de stoornis van de betrokkene en dat met een berisping zou kunnen worden volstaan. 
 
Uitspraak 
 
De fraude was al langer gaande, maar de tuchtrechter oordeelde vanwege de verjaringstermijn alleen over de jaren 2007 en 2008. De AA in kwestie, H.J. Kluin, heeft aangegeven dat hij vanuit rancune bedoeld heeft zijn ex-vrouw te treffen. Immers: zij zou over partneralimentatie belasting moeten betalen, vandaar dat de fiscus haar achter de broek zat. Ze kon aantonen dat ze alleen kinderalimentatie kreeg. De papieren van haar ex bleken vervalst.
De beklaagde voerde aan dat zijn handelen niet waren gericht op het maatschappelijk verkeer en dat het dus geen strijd was met de goede  beroepsuitoefening. De Accountantskamer oordeelde anders. Een goed geïnformeerde derde zal zijn handelingen wel degelijk in verband kunnen brengen met de malversaties, die in strijd zijn met de financiële integriteit van beklaagde. Het vertrouwen in de beroepsgroep is daarmee geschaad.
Bij het opleggen van de maatregel heeft de Accountantskamer rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden en gezondheidstoestand van de beklaagde. Hij bleek, ter zitting, een stoornis in het autistische spectrum te hebben. Hoewel een doorhaling normaal gesproken de sanctie zou zijn geweest, bleef het nu bij een tijdelijke doorhaling van twee maanden. Kluin moet ook nog op het matje komen bij de strafrechter voor belastingfraude. 
Gerelateerde artikelen