Accountant die kantoor verkocht ‘niet te kwader trouw’

De klacht tegen een accountant die zijn kantoor verkocht maar volgens klagers verscholen achter BV's gewoon voor zijn voormalige cliënten bleef werken, is door de tuchtrechter verworpen. Volgens de allonge bij de verkoop van het kantoor mocht de accountant in ieder geval tot eind 2015 voormalige klanten bedienen.

Ook de klacht dat de AA voormalige medewerksters van het kantoor ronselde en zo ook gevoelige bedrijfsinformatie binnenhaalde, is ongegrond verklaard. De Brabantse accountant verkocht zijn kantoor voor de som van 2 ton. In het verkoopcontract was een concurrentiebeding opgenomen. Dat werd volgens de klagers door de AA geschonden doordat hij als accountant werk bleef verrichten, ook voor zijn voormalige klanten. De nodige klanten stapten over naar een administratiekantoor waarvan de accountant voor 62 procent aandeelhouder is. Daaruit concludeerden klagers dat hij ook de dagelijkse leiding over dit bedrijf had en dus personeel aanneemt. Daarbij zaten ook personeelsleden die tot voor kort nog voor zijn verkochte accountantskantoor werkten.

Het primaire verweer van de accountant was dat het hier om gedragingen gaat die niet door de tuchtrechter, maar door een civiele rechter beoordeeld moeten worden. De Accountantskamer verwierp dit, verwijzend naar onder meer artikel 6 van de VGBA, “die expliciet inhoudt dat het eerlijk en oprecht optreden van een accountant, dat het fundamentele beginsel van integriteit van hem verlangt, onder meer inhoudt dat hij eerlijk zaken doet en de waarheid geen geweld aandoet”. Bovendien dient het tuchtrecht een ander doel dan het civiel recht. Volgens de tuchtrechter is echter niet vast komen te staan dat de AA bewust, en dus te kwader trouw, het non-concurrentiebeding heeft overtreden door in april 2016 nog een beoordelingsverklaring af te geven. Dit werk hangt samen met in 2015 verrichte werkzaamheden. 

Dat de AA personeel aannam, is evenmin vast komen te staan. “Hierbij neemt de Accountantskamer mede in aanmerking dat betrokkene begin 2016 zijn heup heeft gebroken, waardoor aannemelijk is dat hij in de periode waarop de klachten zich concentreren, wat meer op afstand van de dagelijkse gang van zaken bij het bedrijf stond”, aldus het vonnis.

Lees ook:

[Door: Michiel Satink / Juridisch Persbureau Zwolle]

Gerelateerde artikelen