ABN AMRO: box 3-stelsel nieuwe stijl juridisch en praktisch kwetsbaar
Het kabinetsvoorstel voor het nieuwe box 3-stelsel is op meerdere punten juridisch en praktisch kwetsbaar. Dat zeggen de vermogensexperts Tjarko Denekamp en Peter Beets van ABN AMRO. Het huidige stelsel komt aan zijn einde. Het nieuwe regime, dat per 2028 moet ingaan, dreigt volgens de experts met “een bittere nasmaak” te beginnen. Zo werkt de politiek volgens hen onder forse budgettaire druk toe naar wetgeving waar niemand in de Tweede Kamer warm van wordt.
Jarenlang was de politiek het erover eens dat box 3 moest veranderen, maar was er geen overeenstemming over de vraag op welke manier. Inmiddels zit een brede groep partijen op één lijn. Zij zien volgens de experts weinig in het voorgestelde hybride model van vermogensaanwas en vermogenswinst, en pleiten voor een volledig vermogenswinststelsel.
Onder vermogensaanwasbelasting wordt belasting betaald over de inkomsten uit het vermogen, zoals over de werkelijk ontvangen rente op een spaarrekening. Onder vermogenswinstbelasting wordt het rendement pas belast als de winst wordt verzilverd.
In de aanloop naar het wetsvoorstel is ook een volledige vermogenswinstbelasting onderzocht. Onder dat stelsel loopt de overheid in eerste instantie miljarden mis omdat de inkomsten pas later binnenkomen dan bij vermogensaanwasbelasting. Daardoor kan het hybride model volgens de experts waarschijnlijk op een meerderheid rekenen.
Een belangrijk knelpunt van het voorstel is volgens de experts het ontbreken van verliescompensatie. Dat zorgt voor problemen bij beleggers die voor 1 januari 2028 forse waardedalingen hebben geleden. Als de effectenportefeuille in 2028 slechts herstelt tot het oorspronkelijk geïnvesteerde bedrag, dan moet over dat herstel worden afgerekend, ondanks dat er economisch geen winst is gerealiseerd.
Ook leidt het ontstaan of beëindigen van een gemeenschap van goederen, schenking of overlijden in het nieuwe stelsel tot directe heffing. Dat kan vervelende situaties opleveren, zoals gedwongen verkoop. Ook kan bij de voorgestelde vastgoedbijtelling heffing plaatsvinden zonder dat sprake is van feitelijke inkomsten, zoals bij langdurige leegstand of niet-verhuurbaar vastgoed.
De experts hopen dat de overheid vroegtijdig de contouren van een herstelwet vastlegt, die de bezwaren adresseert. Het nieuwe stelsel zou volgens hen dan “geloofwaardiger van start kunnen gaan”.