ABN AMRO: box 3 kent hoe dan ook altijd winnaars en verliezers

De een iwil vermogensaanwasbelasting, de ander vermogenswinstbelasting.

De discussie over de toekomst van box 3 richt zich vaak op één centrale vraag: moet belasting worden geheven via een vermogensaanwasbelasting of via een vermogenswinstbelasting? Maar wie naar de verschillende soorten vermogen kijkt, ziet dat de uitkomst sterk kan verschillen, betogen Peter Beets en Tjarko Denekamp, experts vermogensplanning bij ABN AMRO MeesPierson. Het duo heeft  een nieuwe analyse gemaakt rondom het onderwerp. 

Wat voor de ene belegger gunstig uitpakt, kan voor een andere juist nadelig zijn, stellen Denekamp en Beets. Volgens hen ligt de kern van het debat bij het moment waarop belasting wordt betaald. Bij een vermogensaanwasbelasting wordt jaarlijks belasting geheven over waardestijgingen van vermogen. Eén uniform box 3-systeem past waarschijnlijk niet bij alle vormen van vermogen; een combinatie van systemen kan praktischer en eerlijker zijn.

Bij een vermogenswinstbelasting gebeurt dat pas wanneer winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld bij de verkoop van een belegging. Daardoor verschuift het belastingmoment en kunnen de gevolgen voor spaargeld, aandelen en vastgoed aanzienlijk uiteenlopen.

Kleine spaarders en niet al te grote beleggers beleggers zijn beter uit zijn met een vermogensaanwasbelasting, mede door het jaarlijkse heffingsvrije inkomen, zo stellen de ABN AMRO-specialisten.

Grotere beleggers met meer vermogen profiteren vaker van een vermogenswinstbelasting, omdat vermogen langer kan doorgroeien wanneer belasting pas bij verkoop wordt betaald. Aanwasbelasting kan bij illiquide beleggingen, zoals start-ups, tot knelpunten leiden doordat belasting moet worden betaald over papieren waardestijgingen.

 

Gerelateerde artikelen